Na rijp beraad is Ria Oosting met haar voortzetting van het verhaal over Jeannette en Tycho op Schiermonnikoog tot winnares uitgeroepen van de Wedstrijd winterverhalen. Ria vertelt in een bondige, prettige schrijfstijl, een goed samenhangend verhaal. Daarbij vond de jury het bovendien knap om in relatief weinig bewoordingen tot een gaaf afgerond plot te komen.
U kunt het verhaal hieronder lezen, evenals de andere inzendingen.
De oostenwind woei ongenadig hard en koud. Het dek was leeg, maar Jeannette besloot zich ? dik ingepakt ? de gehele overtocht aan de elementen bloot te stellen. Des te aangenamer zou het straks aanvoelen in Hotel van der Werf, waar ze samen met haar man Tycho een weekend logement zou houden. Schier in de winter. Nooit eerder meegemaakt. Terwijl het gevoel op haar wangen langzaam vergleed van kou naar een soort van pijn, voelde ze ineens een hand op haar schouder....
_______________________________________
"Neemt U mij niet kwalijk", zegt de man. "Uw gezicht komt mij zo bekend voor. Mag ik vragen hoe U heet?" "Ik heet Jeanette Damen en U?" "Ik ben Fred van de Wetering. Ik woon op Schier. Al 35 jaar als strandjutter". "Ik logeer een weekend op Schier samen met mijn man, maar ik ken niemand op Schier", zegt Jeanette. De boot legt aan en Jeanette neemt afscheid van de voor haar onbekende man. "Een heel fijn weekend en misschien zien we elkaar nog wel. Zo groot is Schier nu ook weer niet", zegt Fred.
"Wie is die man?", vraagt Tycho. "Iemand die dacht mij te kennen", zegt Jeanette. Ze gaan van boord en met een taxi gaan ze naar Hotel van der Werff. Het is heerlijk comfortabel in hun appartement en nemen een lekkere warme douche. Daarna gaan ze dineren. Jeanette voelt zich helemaal gelukkig. Maar die onbekende man speelt toch steeds door haar hoofd. Later kan ze de slaap maar niet vatten.
De volgende dag was het zonnig weer. Echt een weer om een strandwandeling te maken. In de verte zien ze iemand spulletjes bij elkaar rapen van het strand. Als ze dichter bij komen zien ze dat het Fred is. "Zie je wel dat we elkaar toch weer tegenkomen?" zegt Fred. "Ik heb al heel wat spulletjes verzameld". "Ik woon bij de vuurtoren en ik nodig jullie vanmiddag uit voor een kop thee en kunnen jullie zien wat ik zoal verzameld heb".
Die middag gaan Jeanette en Tycho naar Fred. Ze lopen richting de vuurtoren. De vuurtoren is hoger dan ze dachten, want van ver lijkt het niet zo groot. Ze bellen aan bij Fred. Het is een klein gezellig huisje met hele kleine raampjes. Fred woont er alleen. Hij was gescheiden van zijn vrouw 35 jaar geleden. Zijn kinderen heeft hij nooit meer gezien. Van verdriet is hij op een eiland gaan wonen. Zo ver mogelijk van de bewoonde wereld. Hij is nu een tevreden man. Jeanette en Tycho staan er versteld van wat Fred allemaal verzameld heeft. Tijdens het theedrinken haalt Fred een grote trommel uit de kast. "Kijk, dit is alles van mijn verleden", zegt Fred.
"Hier zijn de foto's van mijn kinderen die ik nooit meer gezien heb". Hij laat een foto zien van een klein meisje in de box. "Dit is mijn kleine meid". Jeanette verschiet van kleur en krijgt het benauwd. "Maar, maar dat ben ik, zegt Jeanette. Ik heb dezelfde foto". "Het zal toch niet waar zijn dat je mijn verloren dochter bent, zegt Fred . Daarom zag ik iets bekends in jou". "Ik weet wel dat mijn vader niet mijn echte vader is, zegt Jeanette. Het zal toch niet waar zijn?" "Dat zoeken we uit", zegt Fred. Ze kijken elkaar aan en omhelsen elkaar. Wat een onstuimig weekend.
Ria Oosting, Aalden
________________________________________
Die hand herkende ze uit duizenden. Maar dat kon helemaal niet! Jeanette durfde niet te reageren, wat moest ze doen?
Ze zat op deze boot, samen met haar geweldige nieuwe man Tycho, om samen te gaan genieten op het schier, een heel weekend lang. En nu stond ze hier als versteend.. Diep vanbinnen hoopte ze dat de aanraking die ze nu voelde van Tycho zou zijn maar ze wist wel beter. Dit was niet de hand van Tycho die op haar schouder lag, het was de hand van haar overleden man, Stevan.
Nog steeds voelde ze de hand op haar schouder..
Langzaam draaide Jeanette zich om en zoals ze al verwacht had stond er niemand achter haar, de enige levende wezens die ze zag waren de vele meeuwen die langszij de boot meevlogen in de hoop dat de mensen op het dek, of in dit geval, dat zij, iets eetbaars zou laten vallen.
Wat mankeert me?, schoot er door Jeanette's hoofd.
Waarom voelde ze juist op dit moment Stevan? Wilde Stevan iets laten weten? Was hij boos?
Nee, de aanraking had niet boos aangevoelt, eerder geruststellend..
Een paar minuten stond Jeanette totaal verzonken in haar gedachten te kijken naar het schier dat langzaam vorm aan begon te nemen.
Opeens meende ze dat ze een gefluister hoorde, weer keek ze om zich maar ze zag dat ze nog steeds alleen op het dek stond.
En toch hoorde ze gefluister, ja.. daar was het weer..
Het duurde even voordat ze de woorden herkende en voordat ze in de gaten had wat de woorden betekenden..
HET IS GOED LIEVERD! ALTIJD ZAL IK VAN JE BLIJVEN HOUDEN, ALTIJD ZAL IK BIJ JE ZIJN MAAR JE MOET VERDER! TYCHO IS EEN GOEDE MAN.. GO FOR IT, JE VERDIENT HET..... HET IS GOED!
Roelie de Jong; Oosterwolde
______________________________________
Die hand herkende ze uit duizenden, het was de hand van haar grote liefde, de man die ze al jaren in het geheim lief had.
Na jaren waren ze elkaar weer tegen gekomen..ze weet het nog heel goed, het was op een plein, ze stond daar een ijsje te eten, en naar de spelende kinderen te kijken..ineens was daar die stem, ,,zeg Neef, vind jij jezelf niet erg stoer?"
Ze stond aan de grond genageld.... Die stem! Ze kreeg er een rilling van, ze draaide zich langzaam om, en zag daar de man waarvan ze al jaren droomde en naar verlangde... Hij tilde zijn neefje van de glijbaan, die het kind toch wel erg hoog vond, en zette het veilig op de grond.
Hij haalde zijn hand door zijn haar, en zette zijn zonnebril op, en vroeg aan het jongetje ,, wat dacht jij van een lekker ijsje?"
Het kind rende al naar de ijskar toe, met hem achter zich aan, ze rilde van die aanblik, en voelde allerlei gevoelens door elkaar.
Opeens zag hij haar, hij deed zijn zonnebril weer ommhoog en zei ,, nee, wat doe JIJ nou hier?"spreiden zijn armen en nam haar in een stevige greep.
Wat ruikt hij toch heerlijk dacht ze, ,, kom, vertel, wat heb je zoal alllemaal gedaan in al die jaren?"
Het was iniddels alweer 10 jaar geleden dat ze hem voor het laatst had gezien en gesproken, er was zoveel te vertellen..
Ze spraken af om samen te gaan eten, en ze kon maar niet geloven dat hij zomaar ineens weer terug was in haar leven..
Zou hij altijd geweten hebben dat ze zoveel voor hem voelde? was hij getrouwd inmiddels? ze had geen ring gezien.
Het eten was heerlijk, en hij wond haar nog net zoveel op als vroeger, na een lange wandeling over het strand, zei hij ineens,,ik was je nooit vergeten, ik voelde zoveel voor je, maar je was ineens verhuisd, weg uit mijn leven, maar ik dacht nog heel vaak aan je, ik wil je nu niet meer kwijt uit mijn leven, geef mij een kans?" Jeannette's hart ging als een razende te keer, natuurlijk wilde ze bij hem zijn!
Ze hadden een heerlijke zomer achter zich, en besloten te trouwen in de winter, het was een groot feest, en veel gasten konden hun geluk aanschouwen, en ze voelde zich in de 7e hemel, Na al die jaren wachten was hij nu eindelijk haar man, dit was echt ongelofelijk!
en nu was ze met hem op weg naar een hotel om hun huwelijk te vieren, ze was gelukkig, en die hand op haar schouder, was het moooiste gevoel dat ze zich ooit kon wensen.
Ze pakte de hand stevig vast, en kuste erop,
Ze voelde hoe de wind en kou om haar heen gierde, maar de kou voelde ze niet...ze was eindelijk gelukkig.
Dyane Vaags, Hellevoetsluis
________________________________________
"Kun je me geen warmer welkom geven?" Hij boog zijn gezicht naar haar toe en even bleef ze aan de grond genageld staan. Toen sloeg ze haar handen tegen zijn borst, de borst die ze zo vaak gestreeld had, en duwde hem met al haar kracht van zich af.
"Nee Martin, ik ben hier met Tycho! Ik had toch gezegd dat ik voorlopig geen contact wilde!" Hij keek minachtend op haar neer. "Je zei dat je tijd nodig had om na te denken, en dat respecteerde ik. Maar dat je nu met die man van je ertussen uit knijpt, dat pik ik niet!" "Dit weekendje is onderdeel van het nadenken," siste ze, "om te zien of we samen nog iets hebben." "Om te zien of jullie samen nog iets hebben?" echode Martin haar schril na, "en wij dan? Hebben wij nog iets samen?"
In paniek keek Jeanette om zich heen, wat als Tycho er opeens aan kwam? Maar het dek was verlaten, alleen de meeuwen cirkelde krijsend om hun hoofden in de hoop op wat lekkers. Jeanette ademde diep in en keerde zich weer naar Martin. "Ben je ons gevolgd?"Martin haalde schamper zijn schouders op en keek haar uitdagend aan. "Kom, laten we daar op dat bankje gaan zitten, dan zitten we een beetje uit de wind."
Jeanette greep hem bij de arm en leidde hem naar het bankje. Zwijgend keken ze uit over het water, en in gedachten ging Jeanette terug naar de eerste keer dat ze Martin ontmoette. Ze was als een blok gevallen voor de breedgeschouderde, blonde reus. Met zijn joviale praatjes had hij meerdere vrouwen van de afdeling het hoofd op hol gebracht. De eerste keer dat hij toenadering had gezocht, in het archief, de rillingen vlogen weer langs haar rug bij de gedachte. Het waren spannende weken geweest vol stiekeme ontmoetingen in kroegjes na het werk, en later in zijn appartement. Maar altijd zeurde dat stemmetje achter in haar achterhoofd; 'Je bent getrouwd, dit is niet juist!' Tycho, trouwe Tycho. Hij had niets in de gaten gehad, had telkens bezorgd gereageerd als ze weer moest ?overwerken?. Tycho, de man die haar trouw had beloofd tot de dood, de man waarmee ze ooit kinderen hoopte te krijgen.
Toen Martin ontslagen werd, was dat een goede aanleiding geweest om hem helemaal uit haar leven te bannen. Maar hij liet zich niet zomaar afschepen, en had uiteindelijk schoorvoetend ingestemd met een adempauze. Maar zijn adem was blijkbaar niet zo lang, want nu zat hij hier naast haar, op de boot naar Schier. "Martin," begon ze. "Jeanette" zei hij tegelijkertijd. "Dames gaan voor," lachte Martin en hij klopte haar bemoedigend op haar been. Ze probeerde geen aandacht te besteden aan de hand die op haar dij bleef liggen en een trage warmte langs haar been omhoog deed kruipen.
"Dit weekend vieren Tycho en ik ons vijfjarige huwelijk. Een huwelijk wat hopelijk ooit een vijftigjarig huwelijk wordt." "Je bedoelt??" Hij keek haar vragend aan en ze knikte. Ze zag een vochtig laagje in zijn ogen verschijnen. "Het spijt me," zei ze zachtjes terwijl ze haar hand op de zijne legde, "maar ik heb je nooit eeuwige trouw beloofd."
"Eeuwige trouw?" Hij lachte schamper, "moet je horen wie het zegt! Wie heeft hier haar man bedrogen? Hij weet zeker van niets? Nou, dan zal ik hem eens uit de droom helpen."
Martin sprong overeind en beende naar de deur richting binnenschip. "Martin, nee!" Jeanette vloog hem achterna en greep hem bij zijn jas. Hij draaide zich bruusk om en sloeg zijn armen stevig om haar heen. "Laat me dan nog één keer genieten van je heerlijke lichaam." Zijn mond smoorde haar kreten van protest en ze voelde zijn hand onder haar jas, zoekend naar de ritssluiting van haar spijkerbroek. Ze probeerde hem van haar af te duwen, ze kronkelde in zijn armen, maar hij was te sterk. De koude wind streelde haar halfontblote billen en ze voelde zijn hand in haar slipje verdwijnen. Zijn mond perste hard op de hare, ontnam haar de adem. Bloed sijpelde tussen haar lippen. Haar handen klauwden doolloos door de lucht, als een drenkeling in een verlaten zee.
Ineens voelde ze iets kouds tegen haar hand en ze taste met haar vingers. Hard, metaalachtig. Ze greep het vast, en het gaf mee. Blindelings haalde ze uit en de houtgreep om haar bovenlichaam verslapte. Happend naar lucht keek ze toe hoe Martin voor haar ogen langzaam in elkaar zakte. Met een luid gekletter viel de stalen buis op het dek en verdwaasd staarde Jeanette van haar rechterhand naar het straaltje helderrood bloed dat dwars over het gezicht van Martin stroomde. Langzaam zette ze een stap achteruit, en nog een. Ze voelde de deur in haar rug en duwde hem open. Een behaaglijke warmte omhelsde haar en geroezemoes dwarrelde in haar oren. Zoekend keek ze om zich heen. Tycho zat aan een tafeltje met een leeg koffiekopje voor zijn neus. Hij zwaaide naar haar en stond op. Verdoofd liep ze op hem af, staarde in zijn verbaasd kijkende bruine ogen. "Jeanette, waar bleef je nou? We gaan zo aanmeren." "Tycho, ga zitten. Ik moet je wat vertellen."
Mariska Heijnen; Koog aan de Zaan
_________________________________________
Abrupt draaide ze zich om. Ze keek recht in zijn knappe gezicht. Ergens kwam hij haar bekend voor mij, ze kon het niet plaatsen. Net op het moment dat het genant begon te worden stak hij zijn hand naar uit. "ik ben robert en jij?" schijnbaar keek ze nogal ongemakkelijk want hij nam zijn hand gelijk weer terug. "Jeannette", zei ze, en ze trok de col van haar jas omhoog. "ik zag je hier staan en vroeg mij af, wat doet zo?n mooie vrouw hier in de kou", en hij wees in de zee. Ze zag een paar zeehonden voorbij zwemmen, zich van geen kou bewust. "is dit je eerste keer op schier?" Haar gedachten tolden door haar hoofd, hoe kon hij dit in hemelsnaam weten? "kom mee, ik trakteer je op warme chocolademelk", en nog voor ze had kunnen tegenstribbelen, nam hij haar mee. Even later zat ze, haar handen warmend aan de chocolade, in een kleine ruimte van het schip. Het moest een voorraadkamer ofzo zijn. Ergens vertrouwde ze het niet, maar haar benen wilden haar niet laten gaan. Langzaam dronk ze de hete zoete drank. Ze suisde weg op het geluid van de boot en de warmte van haar lijf. Robert zei nu niks meer, en nu ze zo om zich heen keek, zag ze hem niet eens meer. Eigenaardig, en ze sloot haar ogen. Ergens in de verte klonk muziek. Ze probeerde het te herkennen maar het was te ver weg. Alhoewel eigenlijk klonk het steeds harder merkte ze nu.
Het klonk bekend, ze neuriede zachtjes mee, ze voelde zich gespannen als een klein kind,. Eindelijk maar toch, ging ze naar Schier. De plek waar Tycho zijn halve leven had doorgemaakt, waar zijn zus woonde en zijn ouders. Ze kon bijna niet wachten.
Opeens herkende ze de muziek, het eerste nummer waar ze met tycho op had gedanst. Niet dat hij nou zijn goede danser was. Het had haar dagen gekost hem over te halen, een keer met haar te dansen. ze mijmerde. Goh het werd vast een topdag.
Achter haar ging de deur krakend open, het muziek klonk nu achter haar, maar nog voor ze zich kon omdraaien, stond er een accordeonist voor haar neus. Ze lachte en deinde mee, een drup chocolade liep uit de mok over haar vingers.
Achter haar rug hoorde ze een warme zwoele stem: "liefste, ik hou van je, deel je leven met me" en ze draaide zich met een ruk om. Ze wilde wat zeggen maar ze was sprakeloos. Achter haar stond Tycho, de man die nooit romantisch deed stond met een grote bos rode rozen achter haar. Haar stem haperde, hij glimlachte. Ze hoorde de kapitein roepen dat ze waren aangekomen op schier. Het kon haar even niks schelen. "ja, natuurlijk wil ik dat" en ze vloog hem om de hals.
Duizend kusjes in zijn nek, zijn warme handen om haar middel. "maar, maar" en ze wilde wat zeggen, maar Tycho legde zijn vingers op haar droge gebarsten lippen. "sttt, even genieten nog" fluisterde hij in haar oor. Ze zag vanuit haar ooghoeken de man, die zich robert had genoemd opduiken in haar ooghoek. "dus dit wordt mijn nieuwe schoondochter?" zei hij en hij trok speels aan een losse lok in haar haar. "eh ik denk het wel" zei ze en met een grote glimlach stapte ze met haar tycho aan wal.
Chantal Radix, Stadskanaal
afdruk
Ga naar de pagina die u wilt afdrukken en toets vervolgens "Ctrl + P".