Verhalenwedstrijd

De uitslag van de verhalenwedstrijd is bekend! Winnaar is geworden Timme Hos met zijn verhaal "Wadlopers".  De jury was van oordeel dat het niveau van de inzendingen bijzonder hoog was. "Wadlopers" is er uiteindelijk als beste uitgerold vanwege originaliteit, kundig schrijfwerk en de verrassende vorm. Timme heeft met de uitverkiezing een dagtrip naar Rottumeroog gewonnen!
(Opmerking van de redactie: Het verhaal is in maart 2007 op wens van de auteur van deze site verwijderd).


Shelly

Shelly was een zeehondje van een half jaar oud, en ze was heel speels en ondeugend. Op een dag zat haar moeder met een vriendin te praten. Omdat het zolang duurde ging Shelly eventjes zwemmen. Maar toen kwam er plotseling een grote vissersboot aan en shelly probeerde zo snel mogelijk weg te komen, maar ze zat al verstrikt in het visnet. Toen de vissers het visnet omhoog trokken zagen ze dat er een zeehondje in zat, ze dachten:,, haha, dat is mooi, weer zo?n ?lief? zeehondje om te verkopen? en ze stopte Shelly weg in een hok waar niemand haar kon zien. Het was zo donker dat ze niks kon zien maar ze voelde wel wat het was: zacht net alsof ze tegen haar moeder aan lag, en toen wist ze het pas echt. Het was ook een zeehond! Ze zag dat er een grote lamp boven haar hing en daarom ging ze opzoek naar een knopje om de lamp mee aan te doen. Toen het licht aan was zag ze dat er nog veel meer zeehonden waren met allemaal een pleister over hun mond en hun armen vastgebonden. Dat was omdat ze dan niet konden praten en lopen. Shelly was de enige die dat niet had. Ze maakte de anderen los en ze gingen samen een plan maken om weg te komen. Ze gingen met zijn allen tegen de deur aan bonken om de deur open te breken, daarna zouden ze in de zee springen. Het lukte maar ze wisten niet dat er een alarm op de deur stond, dus toen de deur open was ging het alarm af. Ze moesten veel sneller zijn dan ze dachten! Maar toen ze in de zee waren, waren ze veilig. Alleen ze moesten wel snel gaan zwemmen anders werden ze weer gevangen. Maar Shelly was de kleinste en ze kon nog niet zo snel zwemmen, dus mocht ze bij een andere zeehond op de rug. Ze zwommen naar het dichtstbijzijnde eiland en toen hoorde ze van een zeehond die daar woonde dat het Texel was. Een paar zeehonden woonde daar, die gingen daar naar hun familie en de rest ging door. Toen kwamen ze bij Vlieland, daar woonde niemand dus ze gingen door. Toen ze bij Terschelling kwamen zag Shelly haar moeder al en andersom! Ze waren zo blij elkaar te zien. Shelly nam afscheid van de andere zeehonden en beloofde dat ze ze nog een keertje ging opzoeken.

 

Iris van der Helm

Lexmond

 


Het monster

Gewapend met een fototoestel stond Maarten in natuurgebied de Slufter op Texel. Niets in het prachtige gebied wees op de aanwezigheid van een groot monster. Tot nu toe had Maarten het geheimzinnige dier al drie keer gezien. Hij was er door gefascineerd geraakt, maar hield het tot nu toe geheim. Als hij over het grote zwarte monster zou vertellen zouden mensen hem voor gek verklaren. Pas als hij foto?s van het dier had kon hij het bewijs leveren en die aan de krant geven. Hij zag de koppen al helemaal voor zich, hij zou beroemd worden. Toch vond Maarten het raar dat er nooit meldingen waren geweest van andere kijkers die het grote dier hadden zien rondlopen. Misschien waren die er wel geweest, maar hadden ze hun mond ook gehouden uit angst voor gek verklaard te worden. Of misschien had het monster korte metten met ze gemaakt. Maarten liep naar de heuvel waar hij het dier de vorige keer had zien grazen. Hij vermoedde dat het monster een planteneter was. Even later liet Maarten zich in het gras zakken. Met zijn verrekijker tuurde hij drie uur lang de Slufter af. Opeens zag hij het dier. Het was een pikzwart dik beest met een enorm lange nek. Een soort kruising tussen een giraf en een olifant. Zijn witte ogen lichtten op in zijn donkere kop. Maarten aarzelde geen seconde en zette het dier op de foto. Op hetzelfde moment keek het monster hem aan. Maarten rolde achterover en verloor als eerste zijn verrekijker. Op zijn vlucht liet hij ook het fototoestel achter zich.

 

Het duurde niet lang voor het dier Maarten had ingehaald. Tot zijn verbazing was er geen enkel geluid te horen van rennende hoeven of iets dergelijks. Het monster leek geen geluid te maken. Angstig wachtte Maarten af op wat er ging komen. Het dier had zich echter omgedraaid en graasde weer rustig verder. Nu Maarten doorhad dat het monster hem geen kwaad wilde doen probeerde hij zijn fototoestel terug te vinden. Op het moment dat hij het apparaat vastgreep viel hij in een groot zwart gat in de grond. Het was meters diep. Eerst dacht hij dat hij in een put was gevallen, maar eenmaal op de zachte aarde begreep hij meteen wat er aan de hand was. Drie jonge zwarte diertjes scharrelden rond. Hun lange nekken keken naar boven, wachtend op hun moederdier. Nu Maarten de dieren van dichtbij zag was hij betoverd door hun schoonheid. Hij wenste vurig dat hij zijn fototoestel had. Met de ontdekking van een nieuw spectaculair diersoort zou hij waarschijnlijk wereldberoemd worden. Een van de jonge zwarte dieren kwam op Maarten af. Hij was groter dan Maarten, die met zijn lengte van 1 meter 85 toch echt niet klein was. Er kwam een soort gehinnik uit zijn keel, hij leek niet bang te zijn voor de jongeman. Maarten verzamelde al zijn moed en streelde de zachte neus van het dier. Ontroerd keek hij hoe de andere twee jongen ook naar hem toekwamen. De dieren leken niet bang te zijn voor mensen, waarschijnlijk waren ze er nog nooit mee in aanraking gekomen.

 

Het duurde niet lang of het moederdier kwam het enorme hol binnen. Ze keurde Maarten geen blik waardig en liep naar haar jongen die onmiddellijk aan de uier van hun moeder begonnen te hangen om te drinken. Gefascineerd keek Maarten naar de dieren. Hij concludeerde al snel dat het zwarte monster ongevaarlijk was. Het bijzondere beest was een planteneter, hij zou zijn tanden vast niet in hem zetten. Maarten dacht na over zijn toekomstige bekendheid. Hij zou vast door alle televisiezenders geïnterviewd worden, misschien wel door CNN. Hij kon immers bewijzen dat er een groot zwart monster in de Slufter rondliep, de ontdekking van een nieuw diersoort. Tegelijk besefte Maarten wat er met het prachtige dier in het al even prachtige natuurgebied zou gebeuren. Duizenden toeristen zouden naar Texel komen om een glimp van het dier op te vangen, wetenschappers zouden het dier willen vangen om het te onderzoeken, dierentuinen zouden het enorme beest willen herbergen om publiek te trekken en jagers zouden het monster af willen maken. Maarten maakte een simpel besluit, hij zou zijn geheim bewaren. Hij wist niet of ooit iemand anders het reusachtige hol zou ontdekken in dit beschermde deel van de Slufter, maar hij zou het in ieder geval voor zich houden. Deze prachtige dieren mochten niets overkomen. Onwetendheid zou het monster beschermen voor nieuwsgierigen met slechte bedoelingen. Maarten begon te bedenken hoe hij uit het hol kon ontsnappen. Dat bleek niet zo moeilijk, een van de jonge dieren was nog steeds geïnteresseerd in hem en stak zijn lange nek naar hem uit. Snel klampte Maarten zich aan de lange zwarte haren in de hals vast. Het dier begon even te steigeren, maar kalmeerde toen hij over zijn nek geaaid werd. Maarten klom voorzichtig omhoog en wist met een sprong het lange gras vast te grijpen. Na veel getrek en geklauter stond hij even later op het gras. Tot zijn verbijstering was de opening van het hol niet meer te zien. Wat voor wonder van de natuur was hier aan de hand? Waarom had niemand anders het zwarte monster ooit gezien? Snel raapte Maarten zijn fototoestel op. De foto?s die hij al van het monster had genomen zou hij vernietigen. Hij wilde de dieren die als hij zijn vrienden beschouwde beschermen. Niemand zou hen ooit kwaad mogen doen. De ontdekking van een nieuw diersoort wist alleen hij en dat gaf Maarten een fantastisch gevoel.

 

Monique Jansen

25 augustus 2005

 


Ontvoerd

Alisa liep over straat. Ze was uitgeput, want ze had net een stuk gerend. Ze wilde snel thuis zijn. Morgen is ze jarig en vanmiddag gaan ze naar de Waddenzee. Alisa weet wat het is, maar heeft het nog nooit echt gezien. Wel op foto's enzo, maar verder niet. Ze wilde er zo graag heen, want ze heeft vorig jaar een boek over de Waddenzee gekregen. Ze had echt verwacht dat ze het er prachtig zou vinden. Ze houdt zo van water, zand en... nouja ze kan het niet uitleggen. Ze heeft er een jaar over gezeurd en nu eindelijk mag het.

 

Ze rent door. Dan gaat er een man voor haar op de stoep staan. Hij zegt: "He meisje, kom, ik breng je naar huis!" Alisa knikt. Ze is blij dat ze zo eerder thuis is. maar dan pakt de man haar beet, blinddoekt haar en legt haar op de achterbank. Alisa wordt niet rustig en begint met haar armen en benen te maaien. De man kijkt boos en stapt zelf in de auto, dan bindt hij Alisa vast met een touw. Alisa snapt dat alles wat ze doet geen zit heeft maar toch ligt ze niet stil. Ze probeert overal tegenaan te trappen. Ze weet zeker dat ze eruit kan, maar ze ziet niets. Ze ligt stil en valt in slaap.

 

Als ze wakker word hoort ze water en ruikt ze een frisse zeelucht. Ze voelt dat de touwen strak zitten. maar he, ze voelt dat haar arm los is. Ze trekt haar arm tussen de touwen uit en doet de blinddoek naar beneden. Ze ligt in het zand, aan zee. Ze trekt de andere touwen los. Alisa loopt een eindje. Ze gaat op een stuk hout zitten dat net is aangespoeld. Ze denkt na. Na een tijd beseft Alisa wat er is gebeurd. Ze begint te huilen, maar na 2 minuten stopt ze. Ze weet dat huilen niet helpt. Ze had al heel lang heel graag op zo'n plek als deze willen zijn, maar niet op deze manier. Ze staat op en loopt verder.

 

Alisa is al een kilometer of 12 verder gelopen. Ze begint moe te worden, heeft het koud en is verdrietig. Ze dwingt zichzelf door te lopen. Ze loopt nog een stukje en begint dan moe voor zich uit te turen. He, ziet ze daar wat bewegen? Ze rent er naar toe. He, het is een jongen. "Hallo, wie ben jij?" vraagt Alisa aan de jongen. De jongen kijkt verdwaasd om zich heen. "o hallo, ik ben Toby, wat doe jij hier?" zegt de jongen dan. Alisa kijkt hopeloos. "Ik ging vandaag naar school, en toen liep ik terug en ik kwam een man tegen. Hij stopte me in zijn auto en bracht me hierheen. ik heb geen idee wat ik hier moet en hoe ik hier wegkom!" Toby kijkt verbaasd. "Ik ook!" zegt hij. "Ik weet ook niet wat ik hier doe en hoe ik hier wegkom!" Samen liepen ze verder. "Ik ben moe!" zeiden Toby en Alisa allebei tegelijk. "Dan rusten we even!" zei Alisa. Toby knikte.

 

Ze lagen naast elkaar in het zand. Toby zei: "Ik weet misschien hoe we hier weg kunnen komen! ik ben hier 2 maanden geleden ook geweest met mijn vader. Als we hier een stuk die kant op lopen dan komen we in het dorpje en dan konnen we een cafeetje binnengaan en bellen naar huis!" Alisa knikte. "Zullen we?" Toby knikte.

 

Ze liepen het strand af en kwamen in het dorpje aan. Het eerste cafeetje gingen ze binnen. "Hallo meneer, zouden wij misschien even mogen bellen?" zei Toby. De man keek boos en begon te schreeuwen dat ze weg moesten. Volgende. Bij het volgende cafe dronken ze wat. Daarna vroegen ze het, maar weer mocht het niet. Toen ze weg liepen bedacht Alisa dat ze ook met de bus terug naar huis konden, ze had immers veel geld bij haar. Ze gingen de bus in en praatten een beetje. Ineens besefte Alisa dat als ze niet ontvoerd was, ze een van haar beste vrienden nooit had ontmoet. Nou, beste vrienden? Ze denkt na en komt erachter dat ze eigenlijk verliefd is op Toby. Ze zegt: "Euh..Toby, eigenlijk vind ik je heel leuk... ik ben verliefd op je!" "Ik dacht dat je het nooit zou zeggen, ik vond jou al heel leuk toen ik je zag... Wil je verkering met me..?" Alisa lachtte en knikte. Na een tijd stapten ze uit. Ze knuffelden elkaar en liepen richting hun huis.

 

Nu schrijven ze nog vaak en gaan vaak met de bus naar de Waddenzee.

 

 

Bente de Bruin,

23 augustus 2005

 


Zwemmen.

Kelly en Ruben gaan in Texel op vakantie. Ze hebben er erg zin in. Ze gaan met de veerpont. Eenmaal aangekomen op de camping vindt Kelly het niet meer leuk, want ze hebben een caravan, en geen blokhut. Maar wanneer ze hoort dat ze gaan zwemmen bedenkt ze zich en heeft haar bikini al aan.

Het hele gezin laat de boel de boel, en gaat naar zee.

Vader, Ruben en Kelly rennen de zee in en mama past op de spullen. Alleen dan gaat het fout Kelly wordt gebeten door een krab en rent, half gillend, half huilend de zee uit.

Vader en zoon liggen in een deuk, alleen letten daardoor niet op en worden door de zee naar voren geduwd en moeten zand happen.

Mama schrikt zich dood, en pakt gelijk haar EHBO-koffer.

"We gaan maar terug naar de caravan, genoeg avontuur voor vandaag," zegt mama.

Maar dat was niet zo, want toen Kelly ging slapen gillde ze de hele buurt bij elkaar. Er zat een spin in haar bikini!!! Ze trok hem uit en rende door de hele caravan.

De buurjongen (even oud), schrok zich dood en viel bijna flauw.

Toen de rust was weergekeerd zei mama: "We gaan morgenvroeg gelijk terug! Ik word hier gek!"

Zo gezegd, zo gedaan. Alleen Ruben blijft beweren dat dit de leukste vakantie ooit was!

 

Juliet Graumans,

22 augustus 2005

 


Parel van Nederland

Op een grauwe nevelige dag is het water net zo grijs als de gestaag langsdrijvende wolkenvelden, opgejaagd door de harde wind. Fijne regendruppeltjes waaieren als een miezerige, natte nevel over het gebied.

Er is geen mens te zien.

 

Langs de kust zoeken eidereenden, kluten en zelfs lepelaars naar voedsel.

Verderop in het water steekt een grijzige, kale kop boven het water uit. Even verder nog eentje. Ronde ogen kijken oplettend om zich heen.

Ze lijken geen hinder te ondervinden van het miezerige weer.

Even later duiken ze weer onder en is er alleen nog een rimpeling in het water te zien.

 

Door de nevelslierten doemt het silhouet van een schip op. De stilte wordt verstoord door het ronken van de motor. Een vissersboot. Mannenstemmen roepen elkaar wat toe en gooien de netten uit. Traag zakken ze naar de bodem van de zee. De boot vaart verder, terwijl de netten over de grond worden meegesleept.

 

Behalve de kokkels, waar het de vissers om te doen is, wordt alles wat op de weg komt in de netten meegesleept. Wat het allemaal is, zal pas boven water te zien zijn. Een spoor van verwoesting blijft op de bodem achter, overal waar de netten geweest zijn. Een kale zeebodem, een woestijn in zee.

 

Natuurlijk moeten ook vissers hun brood  verdienen. Natuurlijk zijn er ook liefhebbers te vinden die grif betalen voor een bord zeedelicatessen.

Maar moet dat ten koste gaan van een uniek stuk natuurgebied? Wat zelfs op de nominatie staat voor Unesco, werelderfgoedlijst!

 

Het economisch belang, zoals dat zo mooi heet, voor het ecologisch belang? Geldelijk gewin, boven puur natuur?

De Waddenzee is een van de belangrijkste zeenatuurgebieden ter wereld. Honderden vis- en vogelsoorten vinden hier een voedselplek en brengen hun jongen hier ter wereld. Zeehonden die uren kunnen liggen zonnen op de drooggevallen wadplaten. De meest prachtige luchten die zich hier mijlenver uitstrekken, ongehinderd door welk opstakel dan ook.

 

Laten we er met elkaar voor zorgen dat het belang van de Waddenzee boven enig ander belang blijft staan. Dan kunnen we nu en in toekomst blijven genieten van dit prachtig mooie gebied, met alles erop en eraan.

 

Linda Gieskens

18 augustus 2005

 


Humor op de Wadden

Iris en Thomas liggen plat op hun buik. Ze durven elkaar niet aan te kijken, uit angst dat ze in lachen zullen uitbarsten. Wat zijn ze nu blij dat hier, op Texel zoveel duin is en dat het Duingras hier zo hoog reikt?

Ze zien de man nog met een triomfantelijke, zoekende blik een rondje draaien en hij loopt langzaam weer in de richting van de Duintrap, waar hij niet al te hartelijk wordt ontvangen. Pas als hij over de duin is verdwenen durven Iris en Thomas hun adem te laten ontsnappen en elkaar aan te kijken. Dan barsten ze in lachen uit? het duurt nog wel een tijdje voordat ze zijn uitgelachen?

 

Iris en Thomas hadden op het strand gelegen toen Iris begon te grinniken; ?Haha! Zie je die man daar, met die strakke slipzwembroek en die flitsende zonnebril! Hoe oud denk hij dat hij is? 14? Ik denk dat hij wel een jaar of 50 is!?

Nu begint Thomas ook te grinniken, maar plotseling verslikt hij zich; alsof hij iets ziet waar hij van schrikt. Het grinniken veranderd in een bulderend gelach. De tranen stromen over zijn wangen het lijkt wel of hij nooit meer zal stoppen lachen. Zijn wangen worden rood en hij krijgt nauwelijks adem.

Als hij eindelijk is uitgelachen is zegt hij, nog nahikkend tegen Iris: ?Zie dat haar! Zie dat haar!?. Iris verstaat er niks van, want Thomas barst weer uit in een luid gelach en de tranen beginnen weer te stromen.

?Wat is Whaa???? vraagt ze als het er naar uit ziet dat Thomas er nog wel 1 normaal woord uit zou kunnen stoten.

?Haar!? gilt hij.

Nu ziet Iris het ook. Op het hoofd van de meneer met het slipzwembroekje en de zonnebril, zit een soort van pruikje vast. Samen rollen ze om van het lachen.

Als ze bekomen zijn, is hun hele gezicht nat, van tranen?

 

Na een tijdje, als ze weer gewoon bezig zijn met elkaar, hun tijdschriften en zichzelf insmeren, wenkt Iris Thomas. ?Moet je hem nou zien, staat daar met, ook al zo?n lijpe, veertiger te flirten. Thomas onderdrukt een lachbui. Hij kijkt naar de twee alsof hij water ziet branden?

 

Nog even later komen Iris en Thomas terug van de frituur met een ijsje in hun hand. Thomas met zijn gezicht naar Iris toegekeerd, zodat hij niet ziet waar hij loopt. En dan? Boem! Splatsjj? Thomas valt over de man en vrouw heen die een beetje aan elkaar aan het plukken waren en zijn ijsje valt in het topje van de vrouw haar bikini en? de pruik van de man valt er ook nog eens tegenaan!

Thomas ziet alles maar in een flits, want dan moet hij rennen. De man is op gestaan  en rent als een gek achter hem aan. Om de strandtent, om het frituur, over de duintrap en dan? waar zijn ze nou gebleven?

De man zoekt nog, maar naar een tijdje ziet hij zelf ook wel in, dat het te vergeefs is, omdat hier zoveel duingras groeit dat ze zich wel overal verstopt kunnen hebben.

Hij kijkt naar zijn pruikje, dat hij in zijn hand houdt. Zet het op, met een triomfantelijke blik toewerpend naar de struik waar Iris en Thomas zich verstopt hebben. Ze houden hun adem in. Zou hij hun zien?

De man draait een rondje en begeeft zich weer tot de duintrap, waar de vrouw hem walgend op staat te wachten. ?Rob, ik wist helemaal niet dat jij een pruik had!? roept ze met een bekakte, hoge stem.

 

Marieke Graumans

17 augustus 2005

 


Turbo

  Heerlijk die onstuimigheid; dat opstuivende zand, de wuivende duinen, het immer terugkerende witbepruikte woedende water, de uitgestorven dorpsstraat en de ?Porsche Turbo? ploftractor die als een kleine rode pitbull aan de rand van het dorp stond. Hoeveel stormen zou de oude tractor hebben meegemaakt. Ik moest de knop van de gashandel even bevoelen terwijl er zand in mijn ogen woei. Het ronde ding lag als een glimmend zwart ei in mijn handpalm. Ik geloof dat er tot aan dat moment nog nimmer een groter gelukzaligheid in mijn leven was geweest als bij het bevoelen van, het snuffelen aan die oude tractor, in combinatie met het bijna van het fietspad te worden gerukt door de wind. Ik had zelfs nog nimmer vernomen dat er tractoren van het merk ?Porsche? bestonden, en hier stond er dus eentje, hier op dit eiland. Het woei zo hard dat ik mijn neus zowaar bij het motorblok moest houden om wat van de kruidige restanten van diesel en smeer te kunnen ruiken, en toen piepte mijn mobiele telefoon en verscheen er een sms - berichtje op het schermpje: ?Kom je me ophalen? Ik wil het eiland zien! Erena.?.Ik noemde haar meestal gewoon ?Erna?, op zijn Hollands.

 

Samen met mijn hoogzwangere vrouw Erena, had ik dus een piepklein huisje gehuurd aan de dorpsweg. Het was in het najaar, en het leek een welkome, waardevolle ervaring te gaan worden. Erena kon niet zoveel met die dikke buik, dus ik kon lekker in mijn eentje mijn gang gaan met het ontdekken van eigenaardigheden in de omgeving van het dorp. Tot mijn vrouw me op het zojuist beschreven ogenblik per sms liet weten dat ze over het eiland wilde gaan fietsen. Het moet dus zo ongeveer windkracht tien tot twaalf zijn geweest. Zoveel verstand heb ik niet van wind, maar dat het zo hard woei gaf me een ongerust gevoel.

  Ondanks haar vergevorderde zwangerschap wilde ze juist nu gaan fietsen, omdat ze natuurlijk in de VVV folder had gelezen dat er een heerlijk kopje koffie in het ?Posthuis? voor haar klaarstond. Als vrouwen zoiets besluiten dan kan men daar niets tegenin brengen, en mijn vrouw was meestal nog vastberadener dan Alexander de Grote, hetgeen betekende dat wij ons binnen onafzienbare tijd al schuivend op de zadels der fietsen voortbewogen op het fietspad langs de wadkant van het eiland, richting Vliehors.

Na anderhalf uur afzien kwamen we eindelijk bij het ?behouden huis?aan, - Zoals ik het vrolijk uitziend etablissement voor het gemak zou kunnen typeren.- Ik snakte nu ook naar het kopje koffie waar men met zoveel lovende woorden over had gesproken, maar vrouwlief beschikte dat ze liever door wilde fietsen richting Noordzeestrand.

  ?Zou je dat nu wel doen schat?? riep ik tegen de wind in,?is het niet veel te vermoeiend? Laten we hier in godsnaam een kopje koffie gaan drinken!?

Ik moest erg hard roepen, en bedacht onderwijl dat een bevalling in deze omstandigheden wel zeer ongelukkige complicaties tot gevolg zou kunnen hebben.

  Ze riep niets terug maar bleef stug doorfietsen.

Goed, dacht ik toen, als je toch zo koppig wilt zijn ga dan maar, ga maar lekker voorop fietsen met je dikke buik. Ja natuurlijk besefte ik wel dat het ons kind was, maar aan de koppigheid van de moeder viel nu eenmaal niet te tornen. Ik verkoos hoofdschuddend haar kielzog terwijl haren wapperend tegen mijn voorhoofd sloegen. We zouden zeker nóg eens vijf kilometer moeten gaan afzien, richting Noordzeestrand.

  Zo ploeterden we voort in, wat zo langzamerhand een tot orkaankracht gezwollen noordwester storm zou kunnen worden genoemd. We kwamen nu misschien maar enkele tientallen meters per minuut vooruit, en het was zelfs zo erg dat ik mijn mond niet durfde te openen om niet opgeblazen te worden. Wat bezielde Erena toch, het leek wel als was ze door een plotselinge boosaardige macht bezeten en geenszins van plan om haar doel bij te stellen.

  En toen was er dan het strand aan de Noordzee. Ze schuimde, ze beukte, raasde en spuwde afval op het strand, afkomstig van een aardgasplatform. Een onoverzichtelijke kolere bende zeg maar. Het deerde Erena niet, ze hobbelde snel naar beneden nadat we de fietsen bij een paaltje op de zeewering hadden achtergelaten. Ik was helemaal kapot, zodat ik in mijn eentje bleef staan en het strand overzag dat meer weg had van een zandstorm. Ik leunde tegen de wind in, het voelde als was ze een kussen in mijn rug, ook al stormde het dwars door me heen, zodat het overmatige transpiratievocht snel opdroogde. Mijn lichaam voelde al snel aan als een ijskoude steen.

 

  Ik zou moeten gaan bewegen, en snel ook. Erena liep nu in haar eentje langs de woedende branding. Ze zwaaide naar me, ten teken dat ik me bij haar moest voegen.

  Als een gedweeë slaaf door plasticafval worstelend ging ik in de achtervolging. Toch bleef ik op enkele honderden meters achter haar lopen, gedurende een halfuur. Het schuim zat tot aan mijn knieën op mijn broekspijpen gespat. Plotseling zag ik dat ze ineenkromp. Ik rende zo hard ik kon in haar richting terwijl ik het zout in mijn mond proefde.

  De weeën waren reeds begonnen.

 

 

Jouke Hylkema

8 augustus 2005

 


Ideaal zeilen

We gaan zondag rond half 4 naar Harlingen, daar treffen we de rest in een cafe weer of gewoon op de boot DE IDEAAL... Eten later uitsmijters met brood aan boord met 21 mens op de boot plus schipper Jan en 2 honden... Ik deel met Betty hut 6, lig onder in het stapelbed... na nog even een bezoek aan een kroeg in het dorp..... Maandagochtend rond 10 uur varen - zeilen we naar Vlieland... waar wandelen in de duinen kan of op het strand en over het (ei)land. Zagen nog zeehonden liggen op een zandplaat... Aten al tomatensoep onderweg en in de avond ook weer aan boord aardappels en boontjes met gekruide kipfilet. Dinsdag zeilen we met veel zon soms ook op het dek liggend zonder veel wind traag door naar Texel, meerden aan in Oudeschild... Liepen ook nog wat daar rond. Na de eerdere inkopen ook voor het ontbijt en weer het koken door enkelen, eten we samen rijst met koolvis, broccoli en meer. Een wokgereicht met paksoi was voorzien maar die groenten vonden we niet in die kleine supermarkt... Dit alles met ook weer drank erbij, ook erna zolang de ingeslagen voorraad strekt. Fleur, ook wel Paul genoemd, was een van de koks. Tilburg is waar Fleur woont (net als ik) maar met de eindhovenaren kookt hij vaker samen... Frans en Frans er waren er 2 en allebei met baard en al de ene wit en de ander zwart, het haar dus ja... De ene is het best te omschrijven als Frans de Lacher, want zijn geregelde gelach is op afstand te horen... Kortom eerder al hoorde men op Harlingen buiten al in welke kroeg men zijn moest... Twee man ging liever naar het eetcafe aan wal, omdat de een geen vis blieft, ging de ander mee. Anderen gingen later daar nog wel wat drinken... ik niet... zo kort na middernacht danwel rond 01 uur ging ik doorgaans maar ter kooi. Hut zes was aardig stil elders werd flink gezaagd zoals men zei Ja er werd elders ook volop gesnurkt... Ook het ontbijt werd aan boord genoten, op wisselende tijden, zo van kort na zevenen tot rond half 2... Als de laatste passagier opstaat, soms verbaasd dat we al varen, tsja... Men bakte zo ook eieren met spek of met kaas erover, ook voor schipper Jan... dat bracht men hem. Er was een scheepshond en die van Johan met de naam Pesto... waren dit op zee nu ook Zeehonden vroeg ik mij nog af. Zo schreef ik meer spreekwoordelijkheden op... De andere Frans is kunstenaar, was hier met zijn lief Marijke samen.

 

Actieve Vakantie

Vakantie op de boot zo kan je het noemen maar vergis je niet want behalve de schipper is er geen vaarvolk aan boord, we zijn dus zelf matroos, wie wil of net iets beter gesteld, wie dat kan.. Het is zwaar werk als het er op aan komt en je moet weten wat te doen met de wind in de zeilen... Ook het koken en de afwas en noem maar op doen we samen. Geen varend hotel, al is alles standaard aan boord. Bestek, borden glazen kopjes en keukengerei... Samen doen en beleven... Jan schreeuwde de bevelen op het dek, wat ook heus nodig was want de boot is zeker 31 meter lang en men moet ook verderop het bevel kunnen horen en dat soms bij stevige wind... waarnaar de zeilen steeds gericht moeten worden als ook om de juiste koers te varen eh zeilen... Neen dat viel niet mee, ik wist het allemaal nog niet liet het over aan die anderen. Afwassen was een van de andere bezigheden... en dat kon met ontbijt lunch en diner en koffie of thee en meer drinken tussendoor steeds weer... Taakverdeling dus heus, niet onterecht stelde men tegen het eind van de reis dat het slim zou zijn om volgende keer eerst even te noteren wie wel wat kon en wou doen voor een goede en dus eerlijke verdeling...... Dus ook dat iedereen wat doet en het niet steeds zo hetzelfde volk weer zo hetzelfde werk deed en anderen niks wellicht... Nu kwam het er toch niet meer van. . . . . Let even op de datum het was dinsdag 20-04-2004. . . . . . Er lag ook een Logboek aan boord ik schreef er nog enig verslag in. Las ook die van eerder, ook over april 2002 ja ook van Met Hart & Ziel, soms dezelfde namen als nu. Opvallend veel in het duits hierin.... Frappant was ook dat twee keer dezelfde boot naast ons lag met aan boord een groep duitse jongeren. We zagen ze bij vertrek nog uit de bus stappen in Harlingen.. Gute Fahrt stond er ook op de bus zowaar.... dat was eerder dus al . . . Meer volgde. . .

 

Nog maar eens

Precies een jaar later kan ik weer mee gaan zeilen daarvan ook nog wat Zondag vertrokken van Tilburg naar Harlingen waar we aan boord van de charterboot de IDEAAL ongeveer elk een hut hebben. Anders deel je die met een ander... we eten dan aan boord Chili Con Carne-Charles er was ook nog wat voor de schipper Jan Ides... maandag varen- zeilen we naar Den Oever om daar dan rond te dolen en later Nassie via Fransy te eten weer aan boord... Oja de boot is 31 meter lang en bood ruimte voor het happen van gebak van de jarige Hans, kon ik mooi meteen de verjaardag van Fronie gedenken. Helaas faalde het om haar of broer Kees in Groningen even te bellen nu. Dinsdag is het best mooi weer ook op het water we leggen later in Stavoren aan... voor zoal cafebezoek. Als ook weer eten op de boot een of andere soort (smaak) macaroni uit voorraad van de diepvries (nog van de vorige gasten).Woensdag gaan we dan in wat een weekje onthaasten was geworden verder naar MAKKUM waar het heus mooi was dus we volop wandelden en nu dan stamppot aten plus echte rookworst uit Stavoren en ook nog gehaktballen erin, ook weer vanuit de vriezer. Andijvie toch rauw van oorsprong bleek pas later... Donderdag naar de thuishaven Terschelling om zoal aardappels en stoofvlees te eten.... Vrijdag varen we dan weer naar Harlingen... om na nog wat drinkken daar weer op huis aan te gaan. Bob was weer de chauffeur zoals al op de heenweg al.... Weer in april al vakantie.. als leuke afwisseling in de zomer heb ik al zoveel te doen. juist op de tuinderij dat een weekje weg haast niet kan...

 

CHRIS Stapschrijver

8 augustus 2005

 


Kennismaking met een waddeneiland

Vijf dagen Texel, samen met mijn dertien jarige zoon. Manlief blijft thuis. ?Texel, dat is hetzelfde als hier bij ons,? bromt hij als ik met het voorstel kom. Bij ons betekent Zeeuws-Vlaanderen.  Ik ben het daar niet mee eens, maar kan hem met geen mogelijkheid ompraten.

   Zo beginnen mijn zoon en ik op een grijze oktoberdag aan de lange treinreis naar Den Helder om daar op de boot naar Texel te stappen.

Op de boot overvalt mij, ondanks het ook hier dreigende grijze wolkendek, een heerlijk vakantiegevoel. Meeuwen dansen krijsend rond te boot. In de verte ontdekt mijn zoon marineschepen.

   Veel te snel leggen we aan in de haven van Texel.  Een bus brengt ons naar De Koog waar we ons logeeradres hebben. Ik denk aan de woorden van mijn man, dat Texel net zo is als bij ons. Eindeloze weilanden, onder een steeds donker wordende lucht. In grote lijnen lijkt het landschap wel eender, toch geeft het een ander gevoel. Het ís niet zoals thuis.

   ?s Morgens word ik wakker door regendruppels die met geweld tegen het raam slaan. Ik draai me nog maar eens om en wil verder slapen. Tenslotte heb ik vrij en dit is van dat lekkere uitslaapweer.  Even later schiet ik rechtop, uitslapen? Niks ervan, regen of geen regen. Mijn zoon moppert als ik hem wakker maak. ?Ik heb vakantie hoor en het regent toch!?  Slaperig en niet in een bijster goed humeur zit hij even later tegenover mij aan het ontbijt.   

   De regen blijft onophoudelijk naar benden komen en mijn humeur begint net zo grijs te zien als de lucht. We doen extra lang over het ontbijt en ik eet meer dan normaal. Tijd rekken, dan zal als bij toverslag de regen wel ophouden.  En ja, als eindelijk de laatste stukjes brood van onze borden zijn  verdwenen en ik voor mijn gevoel sloten koffie op heb, gaat de stortbui over in een druilerige motregen.  Om vooral geen tijd te verliezen hijsen we ons in regenkleding en stappen even later vol goede moed op de fiets.

   We kiezen voor Ecomare. Het is niet ver fietsen en in geval van een flinke regenbui kunnen we daar naar binnen. We zijn zo te zien de eerste bezoekers en kunnen in alle rust genieten van alles wat er te zien is. Als het even helemaal droog is, maken we een wandeling door het duingebied achter Ecomare.   Daar lijkt het alsof we de enige twee mensen  op de wereld zijn. De stilte is overweldigend en na de flinke regenbui ruikt alles heerlijk fris. Het is zo stil dat we schrikken als vijftal zwart gehoornde schapen ons pad kruisen.

   Na het bezoek aan Ecomare besluiten we een flink eind te gaan fietsen in de hoop gespaard te blijven voor een volgende stortbui. We fietsen over landweggetjes, een dijk waarop wel honderden schapen lopen en eten iets in het gezellige dorp Den Burg.

   Die avond vallen we allebei als een blok in slaap. Als we de volgende dag wakker worden, schijnt er zowaar een waterig zonnetje. Dé gelegenheid om  naar Oudeschild te fietsen en een boottocht met een garnalenvisser te maken. Het weer ziet er veelbelovend uit en enthousiast stappen we aan boord. Helaas, de weergoden zijn ons toch niet erg goed gezind. Eenmaal op zee steekt er een koude wind op en gaan de hemelsluizen wederom open. De meeste opvarenden haasten zich naar binnen om daar met een beker warme chocolademelk op te drogen. De visser gaat echter onverstoorbaar door met zijn werk.

 

Onze eerste kennismaking met Texel was er een van regen en storm, maar onvergetelijk. Nu alleen mijn echtgenoot er nog van overtuigen dat Texel toch echt anders is dan  Zeeuws-Vlaanderen. 

 

Tiny de Regt,

Axel ? Zeeuws-Vlaanderen

3 augustus 2005

 



Broeder op het Brakzand

Grauwe golfslag. De ochtend ontluikt nog; de zwarte abdijkapoen durfde het niet aan haar open te kraaien. Het zeegrijs vloeit van het water over in de pij en komt tot rust in de ogen van Germen. Ongeschoeid staat hij op het zand, de oude vingers wonderbaarlijk kwiek bewegend langs de mazen van een zich openvouwend net. Het is een belangrijke dag vandaag.

Geboren als Drentenaar volgde hij zijn vroege roeping temidden van een groep jonge Friezen, op naar de eilanden, weg met het aardse bezit, klaar voor het Woord van God in daad van mens. Zij praatten honderduit, hadden overal een antwoord op en waren niet meer dan jonge naïeve lammetjes met de pretentie herder te worden. Een glimlach.

De zon breekt door het wolkendek; een goed teken, al dient er nu geen tijd meer verspild met mijmeringen. Het net is ontvouwd, elke maas ligt zeshoekig op de brede rug van het Brakzand.

Het is een belangrijke dag: vandaag verlaten de gepen hun kraamkamer. Centimeter na centimeter groeiden de zilveren pijlen in hun veilige beschutting, de zoute poelen in het wad. Nu de blinkende invasie van de Noordzee op til is, volgt Germen de Zoon in zijn ambacht en neemt plaats langs de corridor naar de vrijheid.

Afgekeken van de statige Hubrecht, de goede man ruste reeds lang in vrede, die hen aan den lijve liet ondervinden wat dovenetel was en wat brandnetel. Die putwater zegende tot wijwater en die met lege handen naar het wad ging en terugkeerde met de riem vol vette jonge gepen. Zo intens schaterend toen Hubrecht in hun eerste week een gigantische schuiver maakte op het bevroren abdijplein, zo diep schreiend hebben zij hem jaren later ten grave gedragen.

Het schuim spat Germen op de knieën als de wind het startteken geeft. Daar komen ze! Honderden, neen duizenden tegelijk, flank aan flank als een enorme zilveren golf stuwt de vismassa de doorgang in. Gehurkt en met de nettouwen in de vingers gesneden voelt Germen zijn schouders kraken, maar hij houdt vast. Langzaam opstaand hijst hij een boordevolle vracht de bank op. Voedsel voor de eilanders en zijn broeders. Het is een speldenprik op de stortvloed die maar voorbij blijft razen. Een mens kan niet meer vangen dan wat zijn rug kan torsen. Ongeschoeid staat hij in het zand, de oude vingers gekloven, de rug gebogen. Een traan.

De gedachte de kraamkamer te verlaten, je ten volste in je bestemming te storten en dan gestuit worden door het feit dat de wereld niet om jou draait. Vandaag heeft hij herhaald wie hij was. Thuisgekomen werpt hij zijn last af, recht de rug en beziet zijn broeders, die net als hij de vrijheid begrepen hebben. Maar eenvoudig was het niet; zij zijn door de mazen van het net geglipt.

 

Thierry Dinjens

24 juli 2005

 


Vaartuig redt voertuig

Een dag uit het scheepsjournaal van het m/s Delphin.

Donderdag 30 mei 2003.

 

Tijdstip hoogwater Borkum Sudstrand: 07:05 uur.

Weer: windrichting zuid, kracht 2.

Barometerstand: 1025.

Bewolking: 2/8.

Zicht: goed.

Zeegang: gladde zee.

Bemanning m/s Delphin: D.Bouwman en echtgenote.

 

Het m/s Delphin was een sleepboot die tot 1999 in dienst was van de Duitse overheid.

 

Het m/s Delphin was deze ochtend om 09.00 uur vertrokken vanaf de Burkanahaven op Borkum met bestemming Terschelling. Als we vlak boven het strand van Rottumeroog varen horen we via de marifoon iemand om hulp vragen. Nadat we contact hadden gemaakt bleek het een kantonnier van Rijkswaterstaat te zijn die met een Landrover over het strand van Rottumeroog reed. Er zou tijdens hun inspectie ronde op het eiland een paspunt (meetpunt) op een strandpaal geplaatst worden. Hij vraagt ons of het mogelijk is of wij hem kunnen helpen bij het weer loskomen van de Landrover die vast bleek te zitten in het drijfzand. Men was met de Landrover vlak bij de laagwaterlijn in een gedeelte terecht gekomen dat erg zacht was, met als gevolg dat de Landrover er bijna tot aan zijn assen in weg was gezakt en er op eigen kracht niet meer uit kon komen.    

Men had inmiddels geprobeerd om de Landrover d.m.v het opvullen met strandhout  weer op het harde gedeelte van het strand te krijgen, maar dit was niet gelukt.

Daar het al mooi richting laagwater ging en de Landrover tijdens de vloed onder water zou komen te staan was snelle hulp gewenst.

Vanwege de vorige functie van het m/s Delphin was er nog steeds veel touw aan boord. Samen hebben we alle touw wat aan boord was aan elkaar geknoopt. Naar schatting was er toen zeker een sleeplijn van 300 meter ontstaan.

Op het m/s Delphin hebben wij de bijboot (een Pioneer 12 met een 8 pk buitenboordmotor) gauw te water gelaten. Vanwege onze geringe diepgang was het mogelijk om vrij dicht onder het strand te komen. De stuurvrouw heeft het m/s Delphin op z?n plaats gehouden waarna ik met het uiteinde van de sleeptros naar het strand ben gevaren. Het lukte ons om met het beschikbare touw tot op het strand te komen.

Hier stonden 2 personen klaar om het touw over te nemen en verder te slepen tot aan de Landrover.

 

De afstand vanaf het m/s Delphin  tot aan de Landrover bedroeg ongeveer 250/300 meter.

Nadat de mensen op het strand het touw aan de voorbumper van de Landrover hadden vast gemaakt ben ik gauw met de vlet terug gevaren naar het m/s Delphin waarna we langzaam de sleeptros strak begonnen te trekken, maar op het moment dat de rek er uit was brak de sleeptros. Hij was op een scherpe rand van de voorbumper doorgesneden.

Door de rek die in de sleeptros zat vloog deze een eind door de lucht terug in de richting van het schip.

Waarna men nogmaals het touw een eind over het strand moest slepen om bij de Landrover te komen. De sleeptros werd opnieuw, en nu beter, vastgeknoopt aan de Landrover.

Het m/s Delphin vaart opnieuw de rek uit de sleeptros en geeft langzaam aan meer kracht.

Dan opeens via de Marifoon: hoi is d?r oet (? hij is er uit?). Nadat de sleeptros was los gemaakt van de Landrover konden wij de sleeptros weer binnen halen en nadat alle knopen er weer uit waren gehaald weer opbergen.

Nadat wij hartelijk waren bedankt door de mensen van Rijkswaterstaat konden wij onze reis vervolgen. Maar vanwege de inmiddels opkomende vloed zijn wij maar naar Lauwersoog gevaren en de volgende dag verder naar Terschelling.

                                                

7 juni

D.Bouwman

 

(Noot van de auteur: Dit is een waargebeurd verhaal dat zich echt op Rottumeroog heeft afgespeeld. De naam van het schip, de naam van de bemanning en de datum zijn veranderd en de getij gegevens zullen niet helemaal kloppen.)

 


Mijn mooiste vakantiedag

De warme zon schroeit mijn tere huid. Roodharig, dan weet je het wel. Mijn kleine strakke donkerblauwe bikini schuurt door het zand. Ik besluit mijn bovenstukje uit te trekken. Loom pak ik mijn strandtas, het boek dat ik aan het lezen ben valt open op het zand. Ik ben nog maar net begonnen mijn leven weer op te pakken na de scheiding. Vrijheid en ruimte heb ik nodig. De zee ruist op de achtergrond. Dit paradijs bestaat alleen voor mij en voor de meeuwen. Het broekje knelt nutteloos. Een duik in zee, de golven dragen mij, ik voel het water langs mijn gladde dijen stromen met een tederheid die ik lang heb gemist. De verkoeling is tijdelijk en opnieuw duik ik naar de diepte. De koelte tussen mijn benen als een lichte tinteling. Diep en zwaar ademend, trappelend en kerend, golvend met de zee. Een onverbrekelijke eenheid, voert me mee op haar toppen. Kreunende herkenning, zo lang gemist. Eeuwigheid die doorsijpelt in mijn geheugen. Ik voel mij opgewonden, doordrenkt met azuur, schittering als glas, gebroken als een regenboog in een prisma. De rulle handdoek en daarna de zachte olie maken mij loom en ik duizel naar een zachte droom. Zachte kleuren wiegen mij en zachtblauw en oranjegeel omsluiten mij als een kokon van licht. De wind kust mijn dorstende lijf en suizelt langs mijn borsten. O zo bemind te worden, in een niet mis te verstane hunkering en onophoudelijke aandrang. De wolken werpen schaduwen als meeuwen in de vlucht en doen mijn huid verkoelen. Traag draai ik mij om en zie de zandkorrels als door een vergrootglas bewegen in een eindeloze stroom. De golven gaan en komen in hun eeuwige cadans. Ik wil hier blijven en meegevoerd worden in deze eeuwige deining. Geen tijd en ruimte, alleen beweging. Plotseling voel ik mij omhoog zweven. Als een wilde zwaan wiek ik door de lucht en zweef langs wolken. Ik zie het eiland onder mij verdwijnen en op de thermieken vleugel ik verder en verder en hoger en hoger in een duizelingwekkende tocht. Dan wervel ik weer naar beneden als een herfstig blad en kom terecht in een weide, vol bloemen, mauve. De kruidige geuren vinden mijn neus en dronken ga ik languit liggen. Bijen zoemen, het gras kriebelt op mijn naakte lichaam. Een spinnetje vervolgt zijn weg over mijn buik. Ik zuig de zoete nectar uit een bloem, verrukt over zoveel gulheid. Traag bewegen de wolken zich boven mij, een vloeiende eindeloze beweging?. Plotseling komt mijn man binnen en vraagt of ik nog koffie wil.

 

Franca Duindam, 4 juli 2005

 


Skylge

Vakantie op Skylge, kriebels in je buik, weken van te voren. Maanden geleden besproken,en nu is het eindelijk zover. De lucht, de zee, de wind. Harlingen aan boord, de vakantie begint. En zoals zo vaak, nog steeds kriebels. De boot verlaat de haven. Ver aan de horizon ligt het eiland van je dromen, van je verlangen, van je geest. Skylge, ieder jaar weer, moet je er heen. Dat virus, die ziekte. Je moet er telkens weer naartoe. En als je dan bij goed zicht die toren weer op ziet duiken, dan wordt je rustig dan gaat het weer een stuk beter. En als de boot dan voor de laatste keer richting haven draait, dan zie je het strand, de duinen. Je voelt het eiland dichterbij komen. En dan de haven, je gaat van boord. De eerste ?hoi? je bent weer op Skylge. De komende dagen weer de rust, de lucht, de zee, het wad. En er niet aan denken dat je ooit weer terug moet. 

 

Theo Niemeijer

13 juni 2005

 


Zeebloedhond

Wadloop Horror story

Geschreven ter promotie van een wadlooptocht voor een vriendenclubje.

 

????.. één hand stak nog uit boven het slijk. Één nog?. één hand ?? uit de groep van 23 wadlopers ??. die ?s morgens enthousiast waren vertrokken van de vaste wal. De gids zou zeer ervaren zijn geweest. De twijfel begon al te knagen toen hij bij de eerste oversteek van een geul een wadloper aanwees om het uit te proberen. Gelijk koppie onder. Als de goede oversteekplaats is gevonden zijn we al anderhalf uur verder en nog drie druipnatte perplexe wadlopers. In diepere geulen patrouilleren de hongerige zeebloedhonden reeds. Overigens niet te verwarren met de kleinere grijze zeepitbull. Voorgevoel?.?? Als na 3 uur de eilanden amper dichter bij zijn gekomen opperen de lopers bij de gids of het niet beter is om terug te gaan. ?Nee hoor, ?t eerste stuk is altijd wat lastig?, zo heeft hij vorige week geleerd bij zijn eerste oversteek.

Dat laatste vertelt ie er toch maar niet bij. Het weer betrekt. Wolken drijven van zee naar het vaste land. Niet alleen dat ?. Maar ze zakken ook tot op de zeebodem. Ze zijn niet mooi wit. Horen ze donder? ?Nee, dat is de luchtmacht. Die oefent op de Vliehors.? weet de gids. ?Soms zijn ze de weg wel eens kwijt? grapt hij. Een enkeling lacht plichtmatig, maar niet van harte. Na nog een uur zoeken naar volgende geschikte doorwaadplaatsen, lijkt het wel of het water al weer stijgt. Dat klopt zegt de gids, maar verderop zijn geen geulen meer, dus geen probleem. De meeste wadlopers zijn al door en door nat a.g.v. diepere geulen. Enkelen iets meer ervaren lopers mopperen dat de andere keren de geulen veel ondieper waren. De gids meldt dat dat komt om dat het bijna springtij is. Ongelovig kijken enkelen hem aan. Met springtij is het bij vloed wel hoger, maar bij eb toch juist ook lager? De laatste geul blijkt dus niet de laatste geul te zijn. Een aantal lopers zijn al gebeten door Greate zeepieren. Bij opkomend tij worden die agressief. De beten zijn erg pijnlijk en roepen vaak allergische reacties op.

Die blijven dus ook niet uit. Wachtend voor een inmiddels al woest stromende geul, worden de achtersten in de groep belaagd door enkele agressieve exemplaren. De dames gillen en duwen de rest van de groep naar voren. Paniek breekt uit. Enkelen vallen in de kolkende geul. Hierop hebben de in het al dieper geworden water zeebloedhonden op gewacht. Pijlsnel schieten ze naar de ongelukkigen ??. ze maken geen enkele kans. De vroeger zo lieve zeehondjes schijnen door Hannes der Deutsche Merhund te zijn omgeschoold. Snel kleurt het water rood. De rest ziet het niet door de paniek en rennen blind achter het zeehondenvoorgerecht aan het water in en proberen de overkant te halen. De gelukkigen die het halen klauteren hijgend op de kant. Waar is de gids?

 

zeepier

Iemand ziet z?n rugzak aan de overkant liggen ?..  enigszins roodgekleurd. Vanmorgen was ie toch blauw? De zandbank begint al redelijk snel kleiner te worden. Op goed geluk loopt de ploeg doorweekt, koud en angstig richting eiland. Men volgt de schijnbaar kortste route, in rechte lijn. Hopend dat niet nog meer onvoorziene geulen opdoemen. Drie meisjes blijven in shock bij de geul staan of lopen verdwaasd jammerend heen en weer hun vrienden roepend ?? die de overkant kennelijk niet hebben gehaald. Eentje loopt verdwaasd terug het water in, en is in een oogwenk omgetoverd tot hondenvoer. De rest reageert er al niet meer op. Ieder voor zich. Iemand gilt plotseling. Hij verdwijnt tot z?n knieën. Weer een geul die hier vorige week niet was?? Nee ?.. hij zit vast??..  in drijfzand! De eilanden verdwijnen plotseling uit beeld. Een mist vult snel het waddengebied op. De ongelukkige wordt snel uit het zand geholpen, maar van de regen in de drup. Een volgende zakt gelijk tot z?n heup weg. Met vereende krachten wordt aan z?n armen getrokken. Hij  begint te gillen dat het zand prikt. Anderen zakken, door de inspanning om de jongen er uit te trekken, ook weg. Bij de eerste gillende weggezakte prikt plotseling een zwart puntje door z?n bovenarm. Vreemde plaats voor een mee-eter?? Hij gilt het uit ?.. nog een puntje ?. op z?n wang ?. Ze worden snel groter. Een zeepier wurmt zich dan snel, maar volgevreten naar buiten. Dus toch een mee-eter. Ook de anderen die zijn weggezakt beginnen inmiddels te krijsen. Het water stijgt inmiddels door. De overgeblevenen beginnen in cirkeltjes te lopen. Af en toe zakt er weer iemand weg als ze steeds weer in het zelfde drijfzand terecht komen. De vorige slachtoffers zijn nergens meer te bekennen ?? wel drijven er nogal wat dikke rood & vetvolgevreten zeepieren rond.  De zeehonden dringen op in het steeds hoger wordende water. De groep splitst zich op om de kansen te spreiden? De groepjes komen elkaar nog 1x tegen. Hebben jullie je nog een keer opgesplitst? Nee, maar jullie wel zo te zien? Nee ook niet. Zouden ze het geld van de wadlooptocht nog terug kunnen krijgen? 6 uur nadat ze vertrokken bij prachtig weer onder deskundige begeleiding struikelt de laatste levende. Valt in het water, wordt gelijk vastgezogen in het gemene wadzand. Snel schiet het ongedierte toe. Roepend ?..  even later gorgelend probeert hij nog om hulp roepen als zijn hoofd al onder water verdwijnt, dan z?n hand ?..  en dan niets meer. De rust keert weer??.. de mist trekt op en het is plotseling prachtig. Rustig dobbert een blauwe rugzak met een vlekje in het water??..  Ongeveer honderd meter verwijderd van de kust van Ameland.

De Zee die geeft ???. en de Waddenzee die neemt!!!!

 

6 juni 2005

Harry Bron