
Ik ben natuurlijk geen socioloog en na het lezen van deze column zullen velen zeggen dat de kans dat ik dat ooit nog wordt uiterst klein is. Toch zal ik met een stukje sociologie van de kouwe Terschellinger grond een analyse geven van het Oerol-publiek, dat dagelijks in grote drommen door de veerboten op het eiland wordt gedropt. Een beproefde truc trouwens. Als je het niet over jezelf wilt hebben, heb het dan over anderen, dat leidt af.
Hardlopers en natuurliefhebbers zijn blijkbaar onder het Oerol-publiek ondervertegenwoordigd. Op onze trainingsroute van zo'n 12 km vanaf het meertje van Hee, de Badweg naar West aan Zee, het strand, Midsland-Noord en door de duinen weer terug, kwamen we er 's morgens behalve wij vieren maar ... één tegen. Om preciezer te zijn één mens. Als je het ruimer bekijkt en de mens ziet als organisme samen met alle andere dieren, dan wordt de oogst beduidend groter. En waarom niet: een natuurliefhebber voelt zich niet veheven en maakt het liefst gewoon deel uit van de natuur. Dat deden wij ook en zo kwamen we in een nat stuk duinvallei met veel wollegras een ree tegen die dartel boven het gras uitsprong. Pas toen we weer in de buurt van de campings kwamen werd het plots weer veel drukker met mensen. Dus simpele conclusie: kampeerders genoeg onder het Oerol-publiek.
Veel verder met mijn analyse kwam ik 's middags bij de voorstelling van de Warme Winkel & Joachim Robbrecht: "!VOC! Wijde Weelderige Wereld". Een prachtige voorstelling met sterk spel en vooral een heel sterke tekst. Genadeloos werd afgerekend met de oproep van onze minister-president JPB om meer onze vroegere VOC-mentaliteit te tonen, met de bijbehorende eendimensionale handelsgeest, met TV-hypes als de 'Gouden kooi' en de 'Survival show' en en passant met Rita Verdonk. Uit het ovationele applaus na afloop, mag ik afleiden dat het Oerol-publiek niets op heeft met dit alles en en passant niet per definitie trots is op Nederland. Een vrijgevochten wat links georiënteerd zooitje dus, dat niet bereid is zijn ziel te verkopen voor een zak duiten.
Moeilijker krijg ik het 's middags bij het muziekpodium op het Groene strand, dat ik gisteren al even aanduidde als het yuppenstrand. Daar zit de achilleshiel van Oerol. Dat wordt ook steeds meer de plek waar mensen hun zakenrelaties voor 'een dagje Oerol' mee naartoe nemen. Daar tref je ook mensen waarvan je van het gezicht kunt aflezen, dat ze er absoluut van overtuigd zijn 'récht te hebben' op GELUK, tenminste zij zelf dan en liefst op een presenteerblaadje. Ook andere zwaktes van mensen komen daar open en bloot te liggen. Ik noem drankzucht, drugsgebruik en voyeurisme en misschien hier en daar zelfs 'Trots op Nederland'. Kortom, ik denk dat de samenstelling van het Oerol-publiek op het Groene strand het dichtst komt bij de normale verdeling in de smeltkroes van onze bevolking ... hoewel!?
Bij nadere beschouwing toch nog een paar saillante verschillen. Heel weinig allochtonen. Meer vrouwen dan mannen, hoewel 'de man' op Oerol de laatste 2-3 jaar een beetje aan het terugkomen lijkt. Relatief veel stelletjes van hetzelfde geslacht. Meer oud dan jong, hoewel ook de jongeren de laatste paar jaar Oerol steeds beter weten te vinden. En tot slot relatief veel sandaaldragers. Dat laatste doet mij deugd. Niet alleen omdat sandalen prima schoeisel zijn, maar vooral omdat het aangeeft dat het Oerol-publiek toch ook het Wadden-publiek is. Met andere woorden: het Oerol-festival is ondenkbaar in Midden-Brabant of op de Veluwe. Het hoort hier op Skylge, onder het motto: 'Oerol is er voor iedereen'.
Emiel Wegman,
Terschelling, 18 juni
Ga naar de Oerol - special op deze website
afdruk
Ga naar de pagina die u wilt afdrukken en toets vervolgens "Ctrl + P".