
In het verleden zijn de natuurlijke mosselbanken enorm in omvang afgenomen. Stabiele oude mosselbanken zijn in het Nederlandse deel van de Waddenzee een zeldzaam verschijnsel. Vroeger was dat anders. In 1978 was er, verspreid over de Waddenzee, nog een oppervlakte van 4000 hectare aan stabiele mosselbanken. In 1997 waren daar nog ongeveer 100 hectare van over. Er wordt naar gestreefd deze structuren weer terug te laten komen, maar de ontwikkeling ervan blijft achter bij de gewenste ontwikkeling.
Mosselbanken worden elk jaar gekarteerd om de huidige locatie en grootte en de jaarlijkse veranderingen hierin te kunnen documenteren. Buiten deze basale metingen worden er ook gegevens verzameld van de kenmerken van gekarteerde banken. Hiervoor worden onder andere bedekking van individuele banken en de grootteklassen en biomassa van de mosselen op de banken gemeten.
Zie Feiten en Figuren voor de ontwikkelingen per jaar.
Lees het laatste onderzoeksrapport van IMARES: "Ontwikkeling van enkele mosselbanken in de Nederlandse Waddenzee; situatie 2007"
(PDF 1,2 Mb)
Bron: Norbert Dankers (WUR)
Datum: juni 2009
Onlangs is een aanzienlijk bedrag uit het Waddenfonds toegekend voor het project MOSSELWAD. In dat project gaat een consortium van verschillende instituten (EUCC, Universiteit Utrecht, IMARES, SOVON, NIOZ en NIOO) samenwerken om na te gaan hoe we kunnen stimuleren dat er weer een normale situatie ontstaat wat betreft mosselbanken. Dat wil zeggen een meer natuurlijke verspreiding van die banken en een evenwichtige leeftijdsopbouw. Dus banken van verschillende leeftijden en in verschillende stadia van opbouw en afbraak.
Er zullen ook pogingen worden ondernomen om op geschikte plaatsen mosselbanken aan te leggen. Pogingen daartoe zijn tot nu toe meestal mislukt. In eerste instantie zal het project zich daarom richten op het begrijpen van factoren die de overleving van banken bepalen. Een aantal banken zal in detail worden bestudeerd, onder andere met webcams, onderwatervideo en geavanceerde apparatuur die golven en stroming meet. De beelden zullen via internet te zien zijn.
Het is belangrijk dat we een aantal banken vanaf de eerste ontwikkelingsstadia kunnen volgen. Er zijn aanwijzingen uit het sublitoraal dat het eerste mosselbroed zich begint te ontwikkelen. Eind juni zou het ook op het droogvallend wad zichtbaar moeten zijn. We zouden, zoals ook in voorgaande jaren, graag op de hoogte worden gehouden van banken die ontstaan. Hierbij maken we weer graag gebruik van de observaties van wadloopgidsen.
Als mosselbroed gezien wordt graag informatie over de volgende aspecten:
* Positie centrum van bank
* geschat oppervlak (ha)
* Eventueel een paar Waypoints langs de rand of een GPS track langs (een deel van) de omtrek
* Ondergrond (dwz waar is het broed op gevallen) kokerwormen, algen, kokkelbank, zand (met schelpen) etc
* Grootte van het mosselbroed
* Mosselbroed dat valt in of op oude mosselbanken of oesterbanken
Informatie graag per mail aan Norbert Dankers. (norbert.dankers@wur.nl)
Mozaieken in mosselbedden onderbouwen theorie voor zelforganisatie
Yerseke (Zld.) - Wanneer mossels zich vestigen op getijdenplaten, doen ze dat niet lukraak. Een mosselbed heeft in de natuur vaak een duidelijke ruimtelijke verdeling, waarbij de mossels zich in een netvormig patroon hebben gerangschikt. Hoe de mossels zich rangschikken en wat de zin daarvan is, was tot nu toe een raadsel. Onderzoek van het Nederlands Instituut voor Ecologie (NIOO-KNAW) en de Universiteiten van Utrecht, Bangor en Toulouse heeft nu aangetoond hoe de zelforganisatie bij mossels werkt. De resultaten van dit onderzoek worden op 31 oktober gepubliceerd in het gerenommeerde wetenschappelijke tijdschrift Science.
Uit laboratoriumexperimenten op het NIOO-KNAW blijkt dat het gedrag van mossels gestuurd wordt door twee eenvoudige regels: mossels worden rustig als ze een aantal soortgenoten dichtbij zich voelen, wat clustering in de hand werkt. Ze gaan echter weer aan de wandel als de clusters te groot worden, omdat er dan een tekort komt aan algen - het voedsel van de mossels. Deze eenvoudige regels zijn voldoende om de mooie regelmatige patronen te verklaren waarin mossels in de natuur vaak worden gevonden. Bovendien blijkt uit het onderzoek dat de mossels hiermee zowel hun voeding als hun overlevingskansen kunnen vergroten, iets wat niet mogelijk is in een mosselbed zonder patronen. De zelforganisatie van mossels heeft dus grote gevolgen voor het functioneren van het ecosysteem.
Het bewijs dat de zelforganisatie in mosselbedden is terug te voeren op heel eenvoudige regels in het gedrag van de mossels, is niet alleen leuk om te weten, maar ook van aanzienlijk wetenschappelijk belang. Wiskundige ecologen hebben in de afgelopen jaren gewezen op de mogelijkheid dat complexe ruimtelijke patronen in ecosystemen kunnen ontstaan door eenvoudige interacties tussen organismen. Hoewel deze theorie het denken over ecosystemen drastisch veranderde, was nog nooit duidelijk aangetoond dat het in de natuur echt zo werkt. Het onderzoek van een internationale groep onder leiding van de NIOO-onderzoeker Dr. Johan van de Koppel heeft deze lacune nu dus ingevuld.
"Leuk is dat de voorspellingen van de theorie van zelforganisatie nu gedemonstreerd kunnen worden in een eenvoudige bak (zout) water op de tafel van een biologieleraar van de middelbare school", zegt Johan van de Koppel. "Tot nu toe was zelforganisatie het terrein van theoretici en computerfreaks die met raadselachtige wiskundige modellen fractalachtige patronen genereerden, maar die voor de typische veldecoloog een raadsel waren." Johan van de Koppel en co-auteur Max Rietkerk van de Universiteit Utrecht benadrukken dat veldecologen, maar ook beleidsmakers en beheerders van ecosystemen nu niet meer om ruimtelijke zelforganisatie heen kunnen. "Het bestaat echt, en we dienen rekening te houden met de ontwikkeling van ruimtelijke patronen als we ecosystemen goed willen laten functioneren".
Prof. Peter Herman, hoofd van de NIOO-onderzoeksgroep Ruimtelijke Ecologie in Yerseke en lid van de Waddenacademie, vult aan: "Deze studie toont aan dat fundamenteel onderzoek naar de basismechanismen in de natuur heel belangrijk is, ook als het gaat om praktische en politiek gevoelige problemen als mosselbedden in de Waddenzee. Onze studie zorgt voor een frisse kijk op hoe een mosselbed werkt. Dat komt waarschijnlijk ook van pas als we willen begrijpen waarom mosselbedden verdwijnen of terugkomen."
Het NIOO is het onderzoeksinstituut voor ecologie van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW). Het bestaat uit drie centra: voor ecologie van kust en zee, van het zoete water en van het land. Het Centrum voor Estuariene en Mariene Ecologie in Yerseke bestudeert het leven in de zee en in estuaria. Dit centrum is voortgekomen uit het Delta Instituut voor Hydrobiologisch Onderzoek, dat in 1957 werd gesticht om de ecologische effecten van het Delta Plan te onderzoeken.
Voor meer informatie en contactgegevens: www.nioo.knaw.nl
afdruk
Ga naar de pagina die u wilt afdrukken en toets vervolgens "Ctrl + P".