Gedichten zomer 2010

De gedichten zijn geplaatst in volgorde van binnenkomst.
_________________________________

8. Wadden, werelderfgoed!

Onze Waddenzee, Unesco werelderfgoed!
Prachtig, uitzonderlijk schoon natuurgebied.
Begroeide duinen bewaren de eilanden goed.
De kleurrijke zee zingt haar onstuimig lied.

Waddenflora en -fauna is hier buitengewoon.
Gelige wadplaten in het bruisend zeewater.
Vertoevende zeehonden met dochter en zoon,
Rondom een koor van divers vogelgesnater.

Mijn gedachtestroom wordt varend meegenomen,
Over het spiegelend goud van de rimpelende zee.
Ik sta op het zanderige strand te dromen.
De oneindige horizon neemt me vergaand mee.

Witte schuimkoppen op rollende golven.
Witte wolkenpartijen die elkaar vinden.
Witgeel zand waarin mijn voeten zijn bedolven.
Witte fladderende meeuwen als warrelwinden.

Varende vissersboten voor de geldmakerij.
Voor de vissers hun beroepswerkzaamheden.
Vis, schaal- en schelpdieren voor de visserij.
Een zee vol culinaire mogelijkheden.

Onze Waddenzee, Unesco werelderfgoed!
Prachtig, uitzonderlijk rijk natuurgebied.
Voor welvaart en welzijn ben je o zo goed.
We behandelen je met toegewijde eerbied.

Albertje Schippers-van der Wal

7. Heimwee

Het is niet als op die reclame filmpjes.

Net huiler af,
werd ik vervoerd in een soort doodskist.
Wie garandeerde mij dat het leven door ging?
Ik kon geen flap verroeren.

De klep van de kist ging pas weer open op een zandplaat.
Welke idioot,
ik moest nog een takkeneind schuiven naar de zee.
Eenmaal in het water zag ik geen steek,
zo troebel was het.

Ik had haar beloofd niet meer te huilen,
gelukkig kon ze dat door het zoute water niet zien.

Mischa van Huijstee

6. Waddenwereld

Slik slibt aan
waar water kwelders ebt
buitendijks is de grens
tussen land en water
vloeiend

op banken biedt het tij
aan zeehonden rust
en voedselrijkdom aan
de kluut, de stern en
hun collega wadvogels

voor de einder waden
eilanden als ogen en platen
door het nationale park.

Wad, een wereld!

Arjan Minnema

5. Zee

Het licht
ontvouwt de morgen
als een waaier
over het water
zilvergrijs

glijdt  
door golven
oeverloos
bewogen tussen
eb en vloed

weerspiegelt stralen
hoger
naar boven
oogverblindend

strooit een sluier
goudgele
druppels
op het zand

alles ademt       
in het licht.

Käthy de Jong

4. Ik hoorde Vlieland

Ik hield de schelp tegen mijn oor
Ik hoorde de zee
Ik hoorde noord, en verder naar het noorden
Ik hoorde stilte en storm
Ik hoorde Vlieland

Marian Woestenburg

3. Rustpunt

Langs de kustlijn wandelend, Licht van hart en hoofd.
Alle narigheid opzij geschoven, Zoals moeder natuur beloofd.
Wereld steeds veranderend, Altijd en eeuwig commotie.
Brengt me lichtjes van mijn stuk, Overmand door emotie.
Duizend mooie plekken hier, Voor iedereen bewaard.
Vanaf mijn kindertijd bezocht, Hopelijk ook wanneer bejaard.
Je begrijpt me vast, Hier geniet ik rust zonder woorden.
Als ik niet beter wist, Noemde ik het pelgrimsoorden.

Kirsten Steins

2. Voor een dode eidereend

Op het zilte ritme van de zee
verschalkte jij je buit van
krabbetjes, mossels, kokkels

je bijna achteloos neergeworpen lichaam markeert
de grenzen van je biotoop
schijnbaar intact, toch dood

je lange snavel, de glooiing van je nek
zand op je vleugels, je bruinzwarte verendek
onmiskenbare eidereend, voor altijd uitgegraasd
op kokkels, mossels, krabbetjes

mijn wijsvinger streelt voorzichtig
je donzen vleugel want straks
neemt de vloed je mee
en wiegt je en laat je vliegen onder water
naar de weke monden van
mossels, kokkels, krabbetjes

die leven door de zee, sterven door de zee.

Jeanette Huisman

1. Lokroep van Schier

Uit ontwakende schoonheid, verstilling van daglicht.
Ongewone gevoelens, een nieuw soort elan.
Een bewustzijn, ontdekking; op reis met jezelf gaan.
Hemelsblauw tot in ademloos windstilte valt.

Als een standbeeld in 't zilte weerspiegelt verbeelding.
In het tegenlicht, tij, weer herboren uit zand.
Waar de steltlopers hardlopend strijden op vloedlijn in de verte, een ogenblik,
zwerm in de zon.

Waar gezichten in weerschijn verzanden in beelden.
Zo verschuift de schakering van kleuren de zee.
Van onthouding in harttocht van golfslag verwachting tot lichtzinnigheid,
koester tot paringsdans dreef.

Vol verwachting, de lokroep van meeuwen al krijsend vallen samen in echo's,
weerkaatst uit een roes.
Uit ontmanteling knoppen ontkleden hun schoonheid in verstilling het nieuwe
gezicht dat ontluikt.

En het invallend licht
strijkt er over het water
als een glimlach van de zee.

Ad Blomsteel