De gedichten zijn geplaatst in volgorde van binnenkomst.
________________________________________
Als ik over het schone Wad loop in het wintergetij,
Met de stille duinen op de achtergrond in een rij
En het taaie, rietachtige helmgras voorovergebogen,
Lijkt het net, dat er serieus gewikt wordt en gewogen.
De ijzige wind striemt en is krachtig, nee... geen kind,
Die je wangen gloeit, waar je hinder van ondervindt.
Af en aan rollen donkere golven met witte schuimkoppen.
Ik kan ze een halt toeroepen, maar zij zullen nooit stoppen.
Golven groot en klein, vloeien beurtelings naar mij toe.
De huilende wind drijft ze op, nimmer worden ze moe.
Hier en daar spoelt de zee gebruiksvoorwerpen aan.
Het doet me denken aan het vroegere strandjutterbestaan.
De witte meeuwen scheren in getale over het water.
Ze laten hun stem duidelijk horen. Het is gesnater!
De vochtige kou, de zilte lucht en toch zo heerlijk fris.
Ik haal diep adem en merk op, dat er niemand naast me is.
'k Hoor het klotsen van de golven van de oneindige zee.
Ik zie als lichtpunt de lage zon en het stemt me tevree.
Een gouden glans op het water, die beïnvloedt het gemoed.
De onberekenbare watermassa wisselt van eb naar vloed.
Mijn schoenvetergaatjes vullen zich met het gele zand.
Ik loop hierop, het verbindt duin en zee, 't vormt het strand.
Uit het water op het droge gedreven flora en fauna, tref je aan.
De witte wolken zijn mooi, toch let ik op waar ik ga staan.
Ik buig me voor een schelp, die liggen er in varianten.
Deze in kleur wordt door mij bekeken aan alle kanten.
Het huis, waar de slak zijn woning had, gaat in mijn jaszak mee.
Voor thuis om nog eens te horen, het ruisen van mijn geliefde zee!
Albertje Schippers-van der Wal
________________________________________
Na de storm
die sporen achterliet
raap jij de schelp
Je spoelt het zand
dat in haar huist
met liefde weg en zilte tongen
wassen zacht haar wonden
Je hebt haar teruggevonden
waar je haar steeds weer
zult verliezen
Tot je haar meevoert
op de golven van jouw rust
De zee
die heelt, de duinen kust,
zal keer op keer
de schelp verkiezen
Anne M. Hoogveld
________________________________________
Veel woorden zeggen niet veel
als ik deze belevenis met u deel,
lopend langs het strand en de zee
neem ik het zout en de zon met me mee.
Denkend aan de zorgen van elke dag,
om de dingen in de wereld die ik zag,
leken teveel voor dat moment,
als ik Vlieland niet had gekend.
Dwalend over het verlaten strand,
speurend over het lege vlakke land,
streelt de zilte lucht langs mijn gezicht,
is de late zon die mij verlicht.
Waar de zee zich inhoudt bij afnemend tij
en al eeuwenlang beukt op de zachte duinenrij.
besef ik pas goed hoe rijk een mens kan zijn,
zo kuierend genietend langs de waterlijn.
Zwijgend aanschouw en ervaar ik dit wonder,
voel me opeens een ware strandvonder,
dan pas voel ik het ware geluk:
Oh, Vlieland, je kunt niet meer stuk.
Peter van Heiningen
________________________________________
Eerst nog in laagtij scherp als goud in open water levend
Het koperrood der zonnevlucht in tekstloze natuur
Raakt op de overvloedlijn licht en tegenlicht verweven
Het is de zee die wadden doopt na vierentwintig uur
Veraf de kokmeeuw waterpas en giechelend blijft drijven
Simultaan bestaansrecht voor al wat in de diepte huist
Zij die zandgeglazuurde haren uit gezichten wrijven
Kijken naar een zilverbol die langs de einder suist
Geen exotisch oord waar ionen voor geplooidheid zorgen
Waar de kleurloosheid van de drank bestemmingen vermoordt
Maar gladlandschap waar nog ongetemde schatten zijn verborgen
Die mores zullen leren als de strandjutter het hoort
De vlaktes gaan ten onder en verdwijnen in de levenstijd
Van de Waddenzee en haar alomvertegenwoordigheid
J.M. Boele
________________________________________
Verdorde witte rozen
Lijden koud
IJspegels van tranen
Vallen in de sneeuw
IJs kraakt, onder mijn voeten.
Sneeuwpoppen lijken o zo triest.
Ik blaas kleine wolkjes op je kist.
Mijn hart bevriest.
Yelena Schmitz (12 jaar)
________________________________________
Vroeger,
strooide ik zout over mijn eten
omdat ik hoopte,
dat het de smaak zou doen vergeten
Nu,
proef ik het zout van de zee
het maakt de wereld wat zouter en
voert mijn gedachten even mee..
De zilte zoute waddenwind
stuurt de golven
een laat straaltje licht dat streelt
over de krasjes van mijn spiegelbeeld
De zee doet me wegdromen...
en
ik zie de zandkastelen met hoge torens
al komen
prinsessen en zeemeerminnen
vissen met de mooiste en langste vinnen
en dan de ridders,
ze vechten over golven van glas
uitgestrekte velden
van een gesmolten harnas.
Ik zie geheimen, nu en later
Er spreekt een taal van het water
De geur, woest en rust
Brengt me zwevend weg van de kust
Ik zie hoe de zon ondergaat
Kijk naar de zee, 'en denk,
toveren bestaat.
Tover je vrijheid?
Of soms de liefde, de dromen, zee?
De zoute waddenwind
voert mijn gedachten mee
Ik sta op een leeg strand
Schrijf ik met mijn vingers
betoverend
de woorden in het zand
Ik sta op en zal gaan
Hoop dat iedereen het zal lezen
Sprookjes bestaan.
Floor Veldhuis (15 jaar)
__________________________________________
Witte wachters van de late dagen
bollen worstelend wind en regenvlagen;
zij leven niet van brood alleen,
maar porren pikkend sterfte om zich heen;
dan, om als terpstrapaarden in te tomen
met roepen 't kreunend Skylgewad;
barensweeënd zal de lente komen:
peinzend over Boschplaat zie ik dat.
Jaap Kok
__________________________________________
Op de adem van de wind,
verlaat het zijn zilveren vacht,
zijn schild en bescherming,
om zich te werpen in
de zee.
Linda de Veen (16 jaar)
_____________________________________________
Golven trekken zich terug nadat ze om zijn geslagen.
Ze zijn groot en de lucht is grijs met tinten zon en rood.
De lucht klinkt zo koud, het heeft allemaal vragen.
Wanneer mag ik weer warm zijn, waarom ben ik zo groot.
Ik moet nu een airco zijn, maar mijn lucht mag toch rood.
Zo loop ik over het strand bij de waddenzee midden in de winter.
Er is geen sneeuw maar wel wind.
De wind klinkt als een soort medeklinker.
Een soort piep, waarbij de wind zich vind.
Zo loop ik over het strand waar je mij altijd vind.
Ik kijk naar de lucht, naar waar de zon staat.
Het is koud maar mooi, alsof het 's avonds in de zomer is.
Dit is de natuur waar het om gaat.
Winter maar toch onwijs mooi, zoals het is.
Ik heb geen favoriete seizoen, maar de wadden zee wat van mij is.
Brigitte Schouteten (16 jaar)
__________________________________________
Helder kristal kleurt
de ijzige einder
Magische stilte streelt
het kruiend ijs
Koele warmte omarmt
lijf en leden
Sprookjes bestaan
al is het maar voor heel even
Bea Pehlig
__________________________________________
Wat maakt zo'n eiland in het wad toch
zoveel mooier dan het alles bijdehante
vasteland ?
O.K. Er zijn wat duinen en veel zand
Héél ...héél veel stuivend kriebelend
Tandenknarsend, tussenjebillen zand
Voor d' echte zandhaas, broodjes zandkaas.
En vrijen op het strand ?
Op de Bosplaat ver van mensen en van God
Goed voor 'n passievol zinderend filmshot
Op het filmdoek natuurlijk heel romantisch
Maar echte mensen moeten dit niet wensen
Want na de daad....is het niet meer zo leuk
Dan volgt 't brandend schuren, de schrijnende
Nivea of vaseline smerende rode billen jeuk
Héél verassend is dan ook 't zandrig plassen !
En..vermijdt daarna ook deze veel gemaakte fout
Duik niet in zee...de zee is n.l. bijtend zout.
Er zijn zoveel alternatieven die u gerieven
Daar is de bank, de keukentafel en wat belet
U om na het samen 'douchen' het te doen in bed !
Maar een bed hebt u toch ook thuis in eigen huis
Dus..blijf toch lekker aan de kant van het vasteland
Met alle winkels bij de hand, Lidl, de Aldi, de HEMA
De keurslager, de warme bakker, en o zo fijn; APPIE HEIN
't Scheelt bakken geld en je raakt ook niet snel verbrand !
En TEXEL ? Al die wollige schapen doen mij altijd
vreselijk GAPEN !!
Héél vervelend !!
Maar...als u, ondanks deze wijze raad
Toch naar een waddeneiland gaat
Ga dan bij voorkeur in de winter
Om te skiën vanaf de besneeuwde duinen
Heerlijk, misschien breekt u wel een been
En treur dan niet, maar wees blij want
een helicopter brengt u dan snel weer
naar het vertrouwde vasteland.
Waar u kunt rusten in gips en rekverband.
Cor Visser
________________________________________
Het is erg koud buiten.
Binnen kijk ik door het raam.
Mijn adem zie ik op de ruiten,
ik voel me een beetje eenzaam.
Buiten huppelt een vogeltje,
zoekend van de honger gedreven.
Een broodje gerold als kogeltje,
wil ik hem heel graag geven.
Op het ijs wil ik graag lopen,
met mijn voet stamp ik een gat.
Voorzichtig glij ik en maar hopen,
dat ik het droog hou en niet nat.
De zon gaat erg vroeg onder.
Snel naar binnen waar het warm is.
De maan wordt steeds ronder,
de landschap lijkt er magisch.
Daniel Schlotthauer (12 jaar)
________________________________________
Kom, zei opa
en ze gingen
onder de hemel
de wijde verten van het wad
stil, zei opa
en ze zwegen
hoorden geheimen
het trage afscheid van de nacht
kijk, zei opa
en ze keken
oplichtende plevieren
een eerste treffen van de dag
kijk, zei opa
en ze kijken
het wad, de hemel, de plevieren
het wad is geluk.
Emmy Swart van Opstal
____________________________________________
Winter op het wad, we turen in de verte
Zand lijkt bevroren sneeuw
Kijk, daar zweeft een meeuw
Op zoek naar voedsel
De wind waait uit het noorden
IJskristallen kruien op het land
Stuifsneeuw vormt patronen in het zand
Zeehonden liggen stijf tegen elkander
Lucht zo blauw als staal
Aan de horizon een schip
Als een bevroren stip
In de verte vliegt de meeuw voorbij
Ina Timmerman
_________________________________________
'Tussen deze klamme stenen
drijft mij slechts één doel.
Mag ik uw woorden lenen,
om te zeggen wat ik voel?'
De dichter antwoordde: 'wat, beste man,
is het dat ik jou op je ziekbed bieden kan?'
De zieke man sprak met rappe tong
over zijn land dat hij verliet,
het lage winterlicht, meeuwen en luchten,
een besneeuwde dijk, de open zee,
snelle grijze wolken, hoge ganzenvluchten,
zompen en zand, duinen en dorpen
en de blonde wind over het verre wad,
eb en vloed in hun eeuwige getijdenspel.
En hij vervolgde alsof zijn spreken hem genas:
'Op het eiland van mijn vaarwel, daar woont zij.
De zomer hier is winter daar, ik mis mijn moeder.
Uw gedicht kan haar zeggen dat ik dacht aan haar.
En aan het eiland waar ik kind was.
Wilt u het maken, beste vriend?'
De dichter zei: 'je ogen glanzen grijs en blauw.
Mijn woorden hoef je niet, ik leen ze graag van jou.'
George W. Knottnerus
________________________________________
de schreeuw van meeuwen achter het schip
is ijzig en schril geslepen
ogen zijn als dunne strepen
de wind horen wij gieren om ons hoofd
stuifsneeuw maakt alles veel zachter
het wad krimpt een beetje in de kou
en wij zetten ons uit in blauwe jassen
ver en dichtbij schuurt de zee
een schone wonderlijke wereld
waar het eiland gevonden wordt
nestelt de winter ook
Willemien Mensinga
___________________________________________
Het water en het zand spelen tikkertje
Het wad blijft verbazen
Een onweersklap ver af, als een zachte zilte boer
De stormen gaan razen
Zeldzaam lege stranden rekken zich uit
Mogen frivole geulen maken
Gemasseerd door wind en meeuwenslagen
Ontspannen, klinken in
In de luie lage grijze wind staan wij
Handen in de zakken
Bovenop de dijk
Nieuwe wolken te blazen.
Chris Bellekom
____________________________________________
Daar ligt zij
sensueel en brak
half bloot en half verscholen
de regens op haar huid van zand
teisteren het zout
en elk een die met koude voet
in haar lichaam
is gaan dolen
zal zeggen
klappertandend
dat hij van haar houdt
haar delen zijn benoembaar
elk wezen heeft een naam
in Fries en in Latijn
wat in het hoofd dan
ziet het geheel
wat in haar macht
maakt ons zo klein?
Zij ligt nog
maagdelijk met rimpels
als reus aan onze voeten
de meeuwen in baldadigheid
ledigen hun darmen
maar nooit zal zij
vermanend opstaan
om de vlerken te doen boeten
en vooraleer een antwoord komt
sluit de vloed haar in
zijn armen
Thierry Dinjens
________________________________________
met m' n hoofd in de wolken
en m' n voeten in het zand
geef ik me volledig over
aan de dans met Ameland
op het ritme van de duinen
en de dynamiek van eb en vloed
leidt ze me door haar wereld
alsof ze nooit anders doet
met een zee van tijd
draaien we uur na uur
en als de maat teneinde loopt
genieten we de rust van de natuur
de meeuwen krijsen hun slotakkoord
maar nog blijft ze me verwarmen
want als de zon de benen neemt
neemt zij me in haar armen
en slechts míjn afdruk laat deze dag achter
maar dat besef ik pas
door de knipoog van een jutter
en een buiging van het gras
Marije Zijlstra
________________________________________
Wat uiteindelijk overblijft is de stilte.
De wind brengt fluisterend eerst het zilte
zinderen van de golfjes aan de dijk,
doet geluiden smelten, laat sporen in het slijk.
Dwarrelende vogels kwetteren schel het uit,
boven de rimpelende vlakte verstomt hun geluid.
Onder de hemelboog, in wattenkleuren gevangen,
wil 't zeegeruis niet in het oor blijven hangen.
't Wad maakt zo van een kakofonische dans
een geluidloze symfonie in een eindeloze cadans.
Ruurd van der Weij
________________________________________
Ik ben dol op de zee
op het blauwe en het groene
het natte en het koele.
Als ik moest kiezen
tussen de zee en jou
neem ik jou.
Het liefst zwem ik met jou
zet ik de kroon op je hoofd
en spetter ik water in je gezicht
en kijk ik naar je als je zo lacht
en dan speel ik, dat ik een kleine jongen ben.
Ik vindt het heerlijk,...te zien hoe je kijkt
als je door hebt dat ik het ben
Ja, lieve vriendin ik weet het
dat vragen ze altijd: "wie ben jij eigenlijk?"
Dan lach ik gewoon en duik diep naar beneden
op zoek naar parels
op de zeebodem
die neem ik mee voor jou Lieve vriendin
die neem ik altijd weer mee voor jou.
Roger Bamps
___________________________________________
de zon zakt in het vale goud
door het wollen dak, roostergat
voor waterland, de dijkenrand
krijg ik het koud
zilverbleek vlieg ik een gat
boven pierenland een vogelrand
onder het hemelrijk, sterrenslijk
vleugelt 't Wad
een dikke donderbui
brandt mijn knetters
licht van jeukebulten land
krabt witte koppen water
ik sijpel door zakken zand
van de dijk af voor de vlinders
pakt de lucht het zwart
knapt het bazalt harde winters
in mijn ogen meeuwen schapen
Yur
_____________________________________________
Als bij het donker
de aandacht gaat
Over `t Wad
treffen stralen
van de Brandaris
één magisch moment
het heden
in ...
"De beelden uit zee".
De heldere maan
zorgt voor
een diffuus gevoel.
De rimpelige bries,
weerspiegelt
de koude nacht
in het water.
Bij het ontwaken
van de dag
worden wolken betoverd
door de gouden zon.
Het kabbelende landschap
openbaart fraaie
kleurnuances tot
een bijzondere sprookje:
De natuur zo mooi
dat de strijd
om het bestaan
bijna wordt vergeten.
Rein Borneman
_______________________________________
geen chicklit zandgestraalde lijven
geur van zachtgekruide scrub
niets houdt de vloedlijn nog bezet
de zeevlam opgelost de golfslag
gromt wat na zijn tandeloze muil
kruipt terug in zijn habitat
alleen jij bent nu nog voor mij
je leeft van de wind en de kracht
van de maan rusteloos wachtend
met armen wijd gestrekt
ik buig voorover, breek door
de broosheid van de branding
en lees in braille je huid,
trek het deken over me heen en
voel me wegvloeien, opgaan
naar de top van de duizeling
tot ook mijn adem hapert.
Bob Duijvestijn
_______________________________________
ik bezoek het wad haast verlegen
dit is geen mensenterrein
in deze verstilde omgeving
kan ik slechts een indringer zijn
ik vraag de wind mij niet te verraden
als ik geluidloos het slik betreed
te laat, een vogel heeft mij gezien
en slaakt een verontruste kreet
geschrokken draai ik me om
bekijk mijn afdrukken in het zand
alle pogingen niets te verstoren
zijn nu al jammerlijk gestrand
als ik beschaamd vertrek
krijg ik hulp van de zee
ze slikt gulzig mijn voetstappen in
neemt zo mijn aanwezigheid mee
ik laat het wad achter
zoals ik het heb gevonden
uniek, uitnodigend en vergevingsvol
maar vooral ongeschonden
Michelle den Hartog
_________________________________________
Ik zie
hoe mooi
de wind
over de wilde golven glijdt,
hoe mooi
de sneeuw
het landschap dicht,
hoe mooi
de vries
het water verhard,
hoe mooi
onze elfjes
in de sneeuw staan.
Het mooie
van de winter.
Elien Claes
_______________________________________
Als een meeuw in de lucht
zweef ik boven de golven
via de grenzeloze horizon
terug naar de kust
Al reizend langs stranden
met schelpen bedolven
droom ik mijn leven
vind ik mijn rust ...
De schittering van de zee
de puurheid van de Wadden
zó grensoverschrijdend
via eb en langs vloed
In zeeën van tijd
schijnt de zon op m'n vleugels
proef ik de vrijheid
het Wad zit in m'n bloed ...
© Ingrid Dettmer
___________________________________________
Winterse wadden overweldigend van schoonheid,
Rust, ruimte, stilte, .....knisperende, winterse stilte.
Het raakt mij diep,
De stilte in mij zelf, hoorbaar laten worden,
Kijkend naar de schoonheid,
Proevend van de zilte lucht,
Ruikend aan het droogvallend wad,
Luisterend naar de vele vogels en............. en de stilte,
Intens genietend, ... mij vol laten stromen,
De stilte in mij zelf hoorbaar laten worden,
Winterse wadden het raakt mij diep, in heel mijn wezen.
Er is maar Eén ding te doen vandaag,
Ervaar........ om morgen of voor altijd, wetend dat het er is, dat alles hoort te zijn.
"Het", .... zou anders niet zijn.
Harma Akkerman
________________________________________
troosteloos stort Waddenzee
haar tranenstromen over
bleke wangen van het strand
een gure pijn slaat wonden
de zee is woest gemaakt en
zonder schaamte lijdt ze
wat is de oorsprong van zo'n
groot verdriet dat niet te stuiten
is, nog niet bij lange na
de stortvloed van het water
verwijtbaar wintertijd, gaat
pas na maanden slijten
je zou toch zeggen dat het
ooit eens stopt, maar lente
huilt slechts minder luid
Anneke Wasscher
________________________________________
De enige manier om Drenthe te verdragen,
Is weten dat jij niet al te ver weg op mij wacht.
Je zuigende modder, je zoute water, je zandbanken.
Het kan mij niet schelen, niet ter zake doende details.
Jou deel zijn van de Noordzee, dat is wat er toe doet.
Jouw deel zijn van het grote onberekenbare geheel.
Niet door mensen te temmen kracht, van wind en water.
Deze echtheid waar geen Drentse vlakte aan kan tippen.
Ik weet dat ik je verwaarloos, je spaarzaam bezoek.
Doch begrijp dan, het zou slechts uiterlijk vertoon zijn.
Dat wordt al gedaan door de doorsnee andere.
Het is mijn liefde voor jou, het weten van jouw bestaan,
Dat mij de heide doet verdragen.
Diny G.M. Stam
_________________________________________
Achter de dijk
doemt op
blauw, geur van zee
Stenen man
die neer kijkt
naar nu en passé
Stenen trap,
wind
kou
wandelaars
En wij
die in de wind
kijken
naar
wind op het water,
surfers in pakken
donkerblauw met witte rand,
wandelaars die wijken
en elkaar
Nog een keer turen
een schip, ruim, veer aan wal
dan weer
stenen trap af
dijk aan wal
© Antje van Schepen - Koopmans
__________________________________________
verliefd slik
ik me in
begaan
en begaanbaar
zo volledig
open sta ik
en vrij
daar
blote hemel
lieve hemel
ik word
wad je
verwacht
van mij
door en
door waadbaar
ongeacht
de wantij
Ernie Kuijer
___________________________________________
Ben je me zoek ?
ik voel me verloren
ik zit op het strand
was ik hier maar geboren!
De wind is koud en guur
ik kruip in mijn 4-wheel
achter het stuur
de wielen glijden over 't zand
en ik voel me zweven
op het uitgestorven strand
kom ik tot leven
Ik stap uit
samen met de hond
ik fluit
de wind speelt met zijn oren
hij kan mij niet meer horen
De luchten zijn blauw
dan weer wit of grijs
ik verrek van de kou
dat brengt me niet van de wijs
wonderbaarlijk mooi
is het Terschellinger strand
een roofvogel met prooi
is net geland
Ik loop
en schop tegen de aangespoelde
rotzooi aan
niemand kan mij bewegen
stil te blijven staan
Ik roep de hond
gaat hij mee ?
en tuur nog even rond
ook over de zee
De kou en de wind
drijven me naar de kroeg
daar is mijn kind
en het is nog vroeg
Ik ga zitten bij het kleine raam
en proef de bourgondische sfeer
nu voel ik mij niet meer eenzaam,
en vind mijn leven weer.
Ine Wilbrink
_____________________________________________
't Zuiverste water van innerlijke stroom
golft onstuimig wanneer de staat
van haar wiebelende roeiboot rijk
op de druipende steiger stapt.
Een ondiepte, bij eb een zandbank
om op te stranden, vast te lopen
het dwaalspoor te sparen en te dalen
langs de vloedlijn van regels.
Elke vlag is een mast en een zeil
op deze kust en overvolle kade
voor de majesteit van publiek
voor koningen die volk maken.
Hekken en bruggen gaan neer
en het spoor van doffe stappen
groeit in het bedauwde gras,
platgetreden cirkel: samenleving,
waar monden rimpelen en mompelen
op zijn zachtst gezegd onder water
gedrukt, stikken onder sterke handen.
Sturen met bolle zeilen en een roer
betekent heersen achter de dijk,
regeren met vlaggenstok en vlag.
Via staalkabel die weerskanten
van kanaal, sloot, vaart verbindt,
dobbert het veer vol karren, fietsen,
van aanlegsteiger naar gene zijde
waar de delta vastloopt in golven
en wind op duinen vrijheid proeft.
C.P. Vincentius
____________________________________________
Dwarrelende sneeuwvlokken,
klingelende kerstklokken.
Buiten is het langer licht,
en kerstmis is in zicht.
De sneeuw valt op de daken,
en vormt een wit laken.
Het is verschrikkelijk koud daarbuiten,
de ijsbloemen staan op de ruiten.
Het sneeuwt, het hagelt, alles is nat.
Alles is wit en het is glad.
Ik zal maar niet naar buiten gaan,
de edelherten moeten al bijna truien aan.
Britt Bonnema, Terschelling (12 jaar)
__________________________________________
Starend,
voor me uit over het wad
Wapperen mijn haren door de wind
De zeelucht bereikt mijn neus
Herinneringen komen boven van mezelf als kind
Kijkend,
over het wad
Vaart de boot langzaam voort
Het geluid van meeuwen
Is het enige wat de gedachten nog stoort
Dagdromend,
over mijn verleden tijd
Spelend in het zand
Als kleine mensje
Onbewust van het mooie Terschellingerland
Marit Dijker
___________________________________________
Fluisterende dromen brengt de lucht met zich mee.
In gedachten terugkerend naar de rimpeling der zee.
Glanzende vlaktes gemaakt van nat zand.
Een scala aan kleuren glijdend door mijn hand.
De stilte doorboord door de roep van meeuwen.
Die als het ware mijn emotie uitschreeuwen.
Het levende kunstwerk een moment weer dichtbij.
Aan het goede denkend word mijn ziel even blij.
De afgelegen kustlijn, in mijn hart zo krachtig.
Overladen met inspiratie soms bijna te machtig.
Herinneringen steeds anders vervormd of geperfectioneerd.
Na vele jaren een belangrijke les geleerd.
Nooit meer teruggaand alleen nog maar vooruit.
Met de wadden stromend door mijn aderen, vlak onder mijn huid.
Kirsten Steins
________________________________________
Waarin zovele witte vogels vlokken
Hun snavels gedoopt in teer
De hoop in 't vooronder
Is niet meer
Kluwen nylon
Aangehaakte wier
Een albatros
Hoog en fier
De kust dichtbij
Machinerie op volle toeren
Ahoi schipper
Vanavond naar de hoeren
Elze Schollema
__________________________________________
Ik dacht nog even terug,
hoe wij voor dertig jaren,
hier met de kinderen waren,
bij de boot op wacht,
die ons naar Terschelling bracht.
Het eiland was nog rustig en vrij,
de kinderen, op de camping, de natuur dichtbij,
wij fietsten naar de Bosplaat en zagen,
hoe de zon net opkwam en de konijnen,
voor onze fiets, snel in het gras verdwijnen.
De uilen op de palen,
die de bosplaat overzagen,
zo fietsend over het schelpenpad,
tot aan het Amelander gat.
Terug lopend over het strand,
en langs de waterkant,
wat aangespoeld was door de zee,
namen wij soms mee.
Hoe wij gingen vissen op het wad,
bij laag tij, liepen naar de Mosselbanken,
en 's avond onder het genot van dranken,
de mosselen met vrienden op at.
Hoe het strand er nog verlaten was,
waar wij 's avond bij een vuur,
zongen van de mooie zomer en natuur.
Wij zijn na jaren weer terug geweest,
de drukte in de dorpjes leek één groot feest,
het strand met zijn rust,
had plaats gemaakt voor een drukke kust.
Al wat eens mooi was is aan het vervagen,
de welvaart heeft ook hier hard toegeslagen,
alleen de bosplaat was nog niet bezet,
gelukkig, ...hier had men opgelet.
J. A. Jansen
_____________________________________________
De Eems is een oase bij laag water.
Scholeksters vissen tevreden hun maal
bijeen op het droog gevallen wad.
In de verte zeilt een eenzaam schip
tussen het tijdelijke land door.
Het spiegelend oppervlak gaat over
in de laaghangende grijsblauwe lucht.
O mijn vlakke Groningerland
veilig achter dijk geborgen
jij brengt een zilte rust
in betoverende stilte.
fred (Gerard Frederiks)
_____________________________________________
't Wad. Een water van weelderig baden
Voor zeehond, vissen, krab en mossel
Van aangename stilte
't Geluid van de natuur
Meeuwen krijsen
Voedsel van 't veer
Op afgesproken tijden
Dag op dag en
Uur na uur
Waal. rivier van heerlijk stromend water
Met schepen varend van west naar oost
Vice versa. Uiteraard
't Geluid van de natuur
Vogels vliegen
Boven. Zwemmen
Wat beide gemeen hebben
Samen delen
Puur. Soms guur
© Annejan Kuperus
_____________________________________________
Speurend naar de fonkelvis
alle ziel en zeilen bijgezet
in dalen en herrijzenis
door de winden zoor en zilt
worden onze zwerfgedachten
zachtjes uit de tijd getild
de lange leegte, bleu en grijs
wijd van water, schor en slik
vult geheel deze winterreis
we steken door het Oude Smeriggat
het wantij poetst de plaat
om droog te liggen op 't Blauwbalgs plat
in zijn spiegelbeeld drijven wolken
gebarsten door de prielen,
rafelschuim en kolken
we wachten het mirakels gericht
dat in regelmaat het duister breekt
zie, aan de einder torent licht
met de aanzegger van de avondstond
ankeren we de Beerenburg,
onze voeten voelen weer vaste grond.
D.J. van Welzen
_____________________________________________
haar naam bracht visioenen van het noorden
met weidse meren en de grauwe luchten
de stille en zo eenzame gehuchten
haast onverstaanbare gezongen woorden
de torenklokken die zacht kaatsend beieren
bevroren vaart, us Abe op zijn noppen
de spijkerharde tegendraadse koppen
het klunen, skûtsje, wad, de kievitseieren
met zwijgzaamheid als deugd en niet als kwelling
doch toen zij sprak veranderde gestaag
mijn droomvrouw op de veerboot naar Terschelling
die klanken konden maar uit één plaats komen
daar stond mijn oude buurvrouw uit Den Haag
door dromen was ik in de boot genomen
Daan de Ligt
________________________________________
Texel met je mooie brede stranden
je geeft me zo'n lekker leeg gevoel
ik loop hier nu met koude handen
eindelijk weer eens zonder doel
Wind waait wilde golven in het water
stuivend zand kruipt in mijn oren
ik denk aan nu en niet aan later
alleen de zeewind wil ik horen
Duinen, strand en zilte moddergrond
de Muy, de Slufter, de grijze wadden
lopen wil ik, het hele eiland rond
net als toen we nog alle tijd hadden
Gerardo
_______________________________________
De wind waait door mijn haren
ik kijk naar de wadden en sta te staren
de sneeuwvlokken dwarrelen naar beneden
het is een mooi gezicht zoals ze de zee betreden
ze smelten samen ineen
wat een prachtig fenomeen
de zon begint nu heel voorzichtig te schijnen
en laat door zijn warmte de sneeuw verdwijnen
hij glinstert over de zee
ik geniet en kijk te vree
hoe mooi is toch onze natuur
nog zo rein en zo puur.
T.C.M. Boerrigter-Bezembinder
afdruk
Ga naar de pagina die u wilt afdrukken en toets vervolgens "Ctrl + P".