De ingezonden gedichten worden geplaatst in volgorde van binnenkomst.
________________________________________
Winterse wadden overweldigend van schoonheid,
Rust, ruimte, stilte, .....knisperende, winterse stilte.
Het raakt mij diep,
De stilte in mij zelf, hoorbaar laten worden,
Kijkend naar de schoonheid,
Proevend van de zilte lucht,
Ruikend aan het droogvallend wad,
Luisterend naar de vele vogels en............. en de stilte,
Intens genietend, ... mij vol laten stromen,
De stilte in mij zelf hoorbaar laten worden,
Winterse wadden het raakt mij diep, in heel mijn wezen.
Er is maar Eén ding te doen vandaag,
Ervaar........ om morgen of voor altijd, wetend dat het er is, dat alles hoort te zijn.
"Het", .... zou anders niet zijn.
Harma Akkerman
________________________________________
troosteloos stort Waddenzee
haar tranenstromen over
bleke wangen van het strand
een gure pijn slaat wonden
de zee is woest gemaakt en
zonder schaamte lijdt ze
wat is de oorsprong van zo'n
groot verdriet dat niet te stuiten
is, nog niet bij lange na
de stortvloed van het water
verwijtbaar wintertijd, gaat
pas na maanden slijten
je zou toch zeggen dat het
ooit eens stopt, maar lente
huilt slechts minder luid
Anneke Wasscher
________________________________________
De enige manier om Drenthe te verdragen,
Is weten dat jij niet al te ver weg op mij wacht.
Je zuigende modder, je zoute water, je zandbanken.
Het kan mij niet schelen, niet ter zake doende details.
Jou deel zijn van de Noordzee, dat is wat er toe doet.
Jouw deel zijn van het grote onberekenbare geheel.
Niet door mensen te temmen kracht, van wind en water.
Deze echtheid waar geen Drentse vlakte aan kan tippen.
Ik weet dat ik je verwaarloos, je spaarzaam bezoek.
Doch begrijp dan, het zou slechts uiterlijk vertoon zijn.
Dat wordt al gedaan door de doorsnee andere.
Het is mijn liefde voor jou, het weten van jouw bestaan,
Dat mij de heide doet verdragen.
Diny G.M. Stam
_________________________________________
Achter de dijk
doemt op
blauw, geur van zee
Stenen man
die neer kijkt
naar nu en passé
Stenen trap,
wind
kou
wandelaars
En wij
die in de wind
kijken
naar
wind op het water,
surfers in pakken
donkerblauw met witte rand,
wandelaars die wijken
en elkaar
Nog een keer turen
een schip, ruim, veer aan wal
dan weer
stenen trap af
dijk aan wal
© Antje van Schepen - Koopmans
__________________________________________
verliefd slik
ik me in
begaan
en begaanbaar
zo volledig
open sta ik
en vrij
daar
blote hemel
lieve hemel
ik word
wad je
verwacht
van mij
door en
door waadbaar
ongeacht
de wantij
Ernie Kuijer
___________________________________________
Ben je me zoek ?
ik voel me verloren
ik zit op het strand
was ik hier maar geboren!
De wind is koud en guur
ik kruip in mijn 4-wheel
achter het stuur
de wielen glijden over 't zand
en ik voel me zweven
op het uitgestorven strand
kom ik tot leven
Ik stap uit
samen met de hond
ik fluit
de wind speelt met zijn oren
hij kan mij niet meer horen
De luchten zijn blauw
dan weer wit of grijs
ik verrek van de kou
dat brengt me niet van de wijs
wonderbaarlijk mooi
is het Terschellinger strand
een roofvogel met prooi
is net geland
Ik loop
en schop tegen de aangespoelde
rotzooi aan
niemand kan mij bewegen
stil te blijven staan
Ik roep de hond
gaat hij mee ?
en tuur nog even rond
ook over de zee
De kou en de wind
drijven me naar de kroeg
daar is mijn kind
en het is nog vroeg
Ik ga zitten bij het kleine raam
en proef de bourgondische sfeer
nu voel ik mij niet meer eenzaam,
en vind mijn leven weer.
Ine Wilbrink
_____________________________________________
't Zuiverste water van innerlijke stroom
golft onstuimig wanneer de staat
van haar wiebelende roeiboot rijk
op de druipende steiger stapt.
Een ondiepte, bij eb een zandbank
om op te stranden, vast te lopen
het dwaalspoor te sparen en te dalen
langs de vloedlijn van regels.
Elke vlag is een mast en een zeil
op deze kust en overvolle kade
voor de majesteit van publiek
voor koningen die volk maken.
Hekken en bruggen gaan neer
en het spoor van doffe stappen
groeit in het bedauwde gras,
platgetreden cirkel: samenleving,
waar monden rimpelen en mompelen
op zijn zachtst gezegd onder water
gedrukt, stikken onder sterke handen.
Sturen met bolle zeilen en een roer
betekent heersen achter de dijk,
regeren met vlaggenstok en vlag.
Via staalkabel die weerskanten
van kanaal, sloot, vaart verbindt,
dobbert het veer vol karren, fietsen,
van aanlegsteiger naar gene zijde
waar de delta vastloopt in golven
en wind op duinen vrijheid proeft.
C.P. Vincentius
____________________________________________
Dwarrelende sneeuwvlokken,
klingelende kerstklokken.
Buiten is het langer licht,
en kerstmis is in zicht.
De sneeuw valt op de daken,
en vormt een wit laken.
Het is verschrikkelijk koud daarbuiten,
de ijsbloemen staan op de ruiten.
Het sneeuwt, het hagelt, alles is nat.
Alles is wit en het is glad.
Ik zal maar niet naar buiten gaan,
de edelherten moeten al bijna truien aan.
Britt Bonnema, Terschelling (12 jaar)
__________________________________________
Starend,
voor me uit over het wad
Wapperen mijn haren door de wind
De zeelucht bereikt mijn neus
Herinneringen komen boven van mezelf als kind
Kijkend,
over het wad
Vaart de boot langzaam voort
Het geluid van meeuwen
Is het enige wat de gedachten nog stoort
Dagdromend,
over mijn verleden tijd
Spelend in het zand
Als kleine mensje
Onbewust van het mooie Terschellingerland
Marit Dijker
___________________________________________
Fluisterende dromen brengt de lucht met zich mee.
In gedachten terugkerend naar de rimpeling der zee.
Glanzende vlaktes gemaakt van nat zand.
Een scala aan kleuren glijdend door mijn hand.
De stilte doorboord door de roep van meeuwen.
Die als het ware mijn emotie uitschreeuwen.
Het levende kunstwerk een moment weer dichtbij.
Aan het goede denkend word mijn ziel even blij.
De afgelegen kustlijn, in mijn hart zo krachtig.
Overladen met inspiratie soms bijna te machtig.
Herinneringen steeds anders vervormd of geperfectioneerd.
Na vele jaren een belangrijke les geleerd.
Nooit meer teruggaand alleen nog maar vooruit.
Met de wadden stromend door mijn aderen, vlak onder mijn huid.
Kirsten Steins
________________________________________
Waarin zovele witte vogels vlokken
Hun snavels gedoopt in teer
De hoop in 't vooronder
Is niet meer
Kluwen nylon
Aangehaakte wier
Een albatros
Hoog en fier
De kust dichtbij
Machinerie op volle toeren
Ahoi schipper
Vanavond naar de hoeren
Elze Schollema
__________________________________________
Ik dacht nog even terug,
hoe wij voor dertig jaren,
hier met de kinderen waren,
bij de boot op wacht,
die ons naar Terschelling bracht.
Het eiland was nog rustig en vrij,
de kinderen, op de camping, de natuur dichtbij,
wij fietsten naar de Bosplaat en zagen,
hoe de zon net opkwam en de konijnen,
voor onze fiets, snel in het gras verdwijnen.
De uilen op de palen,
die de bosplaat overzagen,
zo fietsend over het schelpenpad,
tot aan het Amelander gat.
Terug lopend over het strand,
en langs de waterkant,
wat aangespoeld was door de zee,
namen wij soms mee.
Hoe wij gingen vissen op het wad,
bij laag tij, liepen naar de Mosselbanken,
en 's avond onder het genot van dranken,
de mosselen met vrienden op at.
Hoe het strand er nog verlaten was,
waar wij 's avond bij een vuur,
zongen van de mooie zomer en natuur.
Wij zijn na jaren weer terug geweest,
de drukte in de dorpjes leek één groot feest,
het strand met zijn rust,
had plaats gemaakt voor een drukke kust.
Al wat eens mooi was is aan het vervagen,
de welvaart heeft ook hier hard toegeslagen,
alleen de bosplaat was nog niet bezet,
gelukkig, ...hier had men opgelet.
J. A. Jansen
_____________________________________________
De Eems is een oase bij laag water.
Scholeksters vissen tevreden hun maal
bijeen op het droog gevallen wad.
In de verte zeilt een eenzaam schip
tussen het tijdelijke land door.
Het spiegelend oppervlak gaat over
in de laaghangende grijsblauwe lucht.
O mijn vlakke Groningerland
veilig achter dijk geborgen
jij brengt een zilte rust
in betoverende stilte.
fred (Gerard Frederiks)
_____________________________________________
't Wad. Een water van weelderig baden
Voor zeehond, vissen, krab en mossel
Van aangename stilte
't Geluid van de natuur
Meeuwen krijsen
Voedsel van 't veer
Op afgesproken tijden
Dag op dag en
Uur na uur
Waal. rivier van heerlijk stromend water
Met schepen varend van west naar oost
Vice versa. Uiteraard
't Geluid van de natuur
Vogels vliegen
Boven. Zwemmen
Wat beide gemeen hebben
Samen delen
Puur. Soms guur
© Annejan Kuperus
_____________________________________________
Speurend naar de fonkelvis
alle ziel en zeilen bijgezet
in dalen en herrijzenis
door de winden zoor en zilt
worden onze zwerfgedachten
zachtjes uit de tijd getild
de lange leegte, bleu en grijs
wijd van water, schor en slik
vult geheel deze winterreis
we steken door het Oude Smeriggat
het wantij poetst de plaat
om droog te liggen op 't Blauwbalgs plat
in zijn spiegelbeeld drijven wolken
gebarsten door de prielen,
rafelschuim en kolken
we wachten het mirakels gericht
dat in regelmaat het duister breekt
zie, aan de einder torent licht
met de aanzegger van de avondstond
ankeren we de Beerenburg,
onze voeten voelen weer vaste grond.
D.J. van Welzen
_____________________________________________
haar naam bracht visioenen van het noorden
met weidse meren en de grauwe luchten
de stille en zo eenzame gehuchten
haast onverstaanbare gezongen woorden
de torenklokken die zacht kaatsend beieren
bevroren vaart, us Abe op zijn noppen
de spijkerharde tegendraadse koppen
het klunen, skûtsje, wad, de kievitseieren
met zwijgzaamheid als deugd en niet als kwelling
doch toen zij sprak veranderde gestaag
mijn droomvrouw op de veerboot naar Terschelling
die klanken konden maar uit één plaats komen
daar stond mijn oude buurvrouw uit Den Haag
door dromen was ik in de boot genomen
Daan de Ligt
________________________________________
Texel met je mooie brede stranden
je geeft me zo'n lekker leeg gevoel
ik loop hier nu met koude handen
eindelijk weer eens zonder doel
Wind waait wilde golven in het water
stuivend zand kruipt in mijn oren
ik denk aan nu en niet aan later
alleen de zeewind wil ik horen
Duinen, strand en zilte moddergrond
de Muy, de Slufter, de grijze wadden
lopen wil ik, het hele eiland rond
net als toen we nog alle tijd hadden
Gerardo
_______________________________________
De wind waait door mijn haren
ik kijk naar de wadden en sta te staren
de sneeuwvlokken dwarrelen naar beneden
het is een mooi gezicht zoals ze de zee betreden
ze smelten samen ineen
wat een prachtig fenomeen
de zon begint nu heel voorzichtig te schijnen
en laat door zijn warmte de sneeuw verdwijnen
hij glinstert over de zee
ik geniet en kijk te vree
hoe mooi is toch onze natuur
nog zo rein en zo puur.
T.C.M. Boerrigter-Bezembinder
afdruk
Ga naar de pagina die u wilt afdrukken en toets vervolgens "Ctrl + P".