De ingezonden gedichten

De gedichten worden geplaatst in volgorde van binnenkomst.

13. Op het Amelandse strand

We liepen langs de Waddenzee
op het Amelandse strand.
Daar zagen wij een heel vreemd dier
bedekt met enkele slierten wier.

Het bleek een dode kwal.
Die lag daar mogelijk al
een etmaaltje of tien.
Dit was hem aan te zien.

Mijn zoon heeft voor het dode beest
een waardig graf gegraven
en het daar keurig in gelegd.
Hij rust in vrede. Amen.

Karin Wildenberg
________________________________________

12. Eiland.

Ik wou dat ik je het kon laten zien,
dat mooie stukje gebied.
De zon, zee en het zachte zand.
Zweef met me mee.
Pak mijn hand.

Ik neem je dan mee naar dat mooie gebied.
Het mooie kleine eilandje.
En geniet.

De zon vallend op je huid.
Het mooie heldere water.
Zand kriebelend tussen je tenen.

Het mooie gebied.
De beelden zijn prachtig,
Maar toch moeten we terug.
Kom laten we gaan.
Wie weet,
Laat ik het je nog is een keer zien.

Annemieke
________________________________________

11. Zomervlucht op Schier

Tien tinnen soldaatjes
vernederd door de wind
verdronken in het zand
staan niet meer op.

Hun geweertjes onklaar gemaakt
hun petten verkleurd
de onuitspreekbare namen
gewist in de branding.

Het ventje, 'de Generaal'
kijkt niet op of om
hij tuurt alleen maar hoe zomen horizon
het naaktstrand ombreiden.

Hoe zijn geschulpte hart
gedreven in het goudzand   
door de hitte wordt verpulverd
tot grijze monnikstranen.

Twee douairières met te gebruinde, geoliede,
naakte lijven op een zwart wit rood Schots
geruit picknick kleed van deftig licht katoen
keuvelen over een tijd die de hunne was:

van wieg tot eerste heilige communie
van huwelijkstrouw tot verdrietloos afscheid
keurslijfprinsesjes schone schijn melancholie
maar nú: als brandend water en horend doof.

Dikke, harde tepels
als magnoliaknoppen zo groot
wijzen mij in oostelijke richting
alsof zij zeggen willen:

dáár is het Oergras, dáár zijn de Oerduynen
dáár kunnen Uw lichtzinnige vrinden vinden
waar zij al jaren om hadden gezocht,
maar nooit gevonden . . . . . . . . . . . . .

Krijsende meeuwen verstoren het signaal
vechtvliegers vlijmen hoog in de lucht
een blauwe strandbal met witgerijpte naam
van een koningscrème  nivea nivea nivea

verwaait naar de onbereikbaarheid
oneindigheid van het verre strand.
De aanklagende wind veroordeelt
waait licht venijnig in beulskostuum.

Tussen slufters en moerasgronden
midden in het ongenaakbare land
word ik, balling van het wad
uitgewezen door horzels van de duivel

afgepeld tot op het bot
mijn verweer kent geen keer
en ginds, ziedaar voorbij de blinkerds
de ongrijpbare Duynen van het Oer.

Ik loop terug naar het dorp
langs de oude Duitse bunker
waar een soldatenhelm op een paal
is getotemd in karige onbehouwenheid.

Op een muur van de Wassermann
is nog steeds bontgekleurd te lezen
hoe Heinz zijn Jannie liebt
niet hoe hij Lily had bezongen, Lily.

Vor der Kaserne
vor dem großen Tor
stand eine Laterne
und steht sie noch davor


so woll'n wir uns da wieder seh'n
bei der Lanterne woll'n wir steh'n
wie einst Lily Marleen
wie einst Lily Marleen


In de belvedère vierde ik mijn achttiende verjaardag
met Moniek twee weken voordat zij vrijwillig
onze grazige weiden zou gaan inruilen
voor haar Elyzeese Velden.

Zij wilde het Eeuwige Blinken zien
Zij wilde weten waarom alles.
Wij dronken goedkope rosé d'Anjou
uit een bolbuikig flesje.

Wat wij toen ondoordacht vermorsten
ligt nog steeds onverdampt
onschuldig in de verzilte aarde
waaruit onze jakobsladder reikte.

Voorbij Vredenhof
voorbij de Berkenplas
vlakbij de start èn finish
van de rollator race

bij het Pannenkoekenrestaurant
verbreekt mijn 4 jarig dochtertje de ban:
waar bleef jij nu papa, waar was je
we hebben alles al opgegeten hè mama?

Het verdroogde distelzaad in de duinen
zoet weg gefluisterd door de wind
ligt dichterslang in te slapen
totdat de aarde voorgoed herschapen is.

Melvin van Eldik
________________________________________

10. En de branding

Lopend langs de vloedlijn
Het schreeuwen van meeuwen
en de stem van een kind
verwaaien in de stormwind

Schuim rolt golvend naar 't land,
bereikt donderend het strand
Keer op keer landt de zee
En de branding bruist

De verre einder als een lint
scheidt het water van de luchten
Wolken vluchten voor de wind

Lucht je hart maar in de storm
Schreeuw het uit over de zee
Alleen de branding kan je horen
Slechts de golven schreeuwen mee

Kan niet schelen wat ze zeggen
Of wat ze vinden, maakt het uit?
Woordeloos kun je alles roepen

Want de zee begrijpt je kreet,
praat slechts met de winden
En de branding, ach die weet

George Knottnerus
________________________________________

9. WADKUREN

Voor zaken reisde ik van hot naar her heel de wereld rond
Van Rusland naar Japan, Australië of de United States
Vandaar naar Hongkong en even soms in Amsterdam.
Ik handelde, vergaderde, om dan op te stijgen in een lucht
Waar de wereld in een roes weggleed op mijn vlucht.

Totdat al het jagen en jachten iets in mijn hersens schond
En ik niet meer de uitgang vond van God-weet welke Gates
Men constateerde een burn-out aan mijn hersenstam.
Van zelfbewuste zakenman met altijd alles op een rij
Werd ik een zielig hoopje mens, een schip in averij.

Gelukkig had een broer van mij een huisje aan het Wad
Op het mooie eiland Vlieland en zei: "Misschien vind je dat
Daar weer terug wat je overal op deze aarde hebt verloren"!

En op de veerboot daar naar toe loste al heel veel spinrag
Uit mijn kop op in die frisse bries klievend het Waddensop.
In twee weken op dat eiland werd ik opnieuw geboren.


Nu... jaren zijn vergleden, en mijn drukke werk
Iets is uit het verleden, bleef ik met mijn vrouw
Het moment van toen, het wad, de wind, de golven trouw
Soms noodgedwongen even in de stad verlangen wij alweer
Naar de geur van dat therapeutisch zielopschonend Wad.

C.J. Visser
_________________________________________

8. Overpeinzingen

de meeuw inspireert mij
alsof ik hem voor het eerst  zie
zo dichtbij hij stond

ik benijd vogels
dat luchtig zijn, een vlucht over Schier
om misschien Ameland  te raken

op het strand net als hier, waar ik
een meeuw mooie woorden geef
groter wil blazen

zoals vleugels maken van lucht

Willemien Mensinga
________________________________________

7. Levensadem

Die prachtige oerbron van wad en zee.
Brengt voor mij altijd een klein wonder met zich mee.

Die zalig zilte verfrissing, die vormloze vlakte vol korreltjes goud.
De duinen en heuveltjes met grassen, verdwaalt kreupelhout.

Het zorgt dat ik me compleet voel, echt puur mens.
Nergens anders ervaren, dus schrijf ik een wens.

Hier in de branding met vaste hand.
Haal ik mijn wijsvinger door het plakkerige zand.

Enkele minuten kijk ik tevreden naar mijn boogjes en lijnen.
Die langzaam door de zilveren schittering verdwijnen.

De wadden zijn inspirerend, krachtig en uniek.
Een oogstrelend symbool van transformatie, iets mooiers is er niet.

Kirsten Steins
________________________________________

6. Wonderlijke Waddenzee

Neem me mee,
Waddenzee,
Jouw mooie golven,
Bruisen, omvatten voeding.
Voeding der natuur,
Voeding der menselijke breinen
Rustig pootje baden,
Over het wad waden.
Gij Waddenzee,
Een wonderlijke natuur,
Heerlijk fris en puur.
Zilte geuren, bruisend
Ieder mens, en kind.
Voert mee met de wind.
Zand op het strand,
Maakt het een feest.
Eén plek op aarde,
De Waddenzee,
Daar moet je eens zijn geweest.

Geertje Hoekstra
________________________________________

5. De wadloper.

Bruine robben liggen in de zon, zij aan zij,
op een drooggevallen plaat,
wachtend op het kerende tij
Een wadloper krijgt knipogend mandaat,
 
op een drooggevallen plaat.
Hij volgt de gids met spade en kornet.
Een wadloper krijgt knipogend mandaat,
wadend, langs het zeebanket.
 
Hij volgt de gids met spade en kornet.
Rauwe, kouwe kokkels wil hij eten,
wadend, langs het zeebanket.
Zijn fiets achter de dijk wil er niets van weten.
 
Rauwe, kouwe kokkels wil hij eten.
Hij voelt de wind die rimpels in het water blaast,
zijn fiets achter de dijk wil er niets van weten.
Hij staart naar een kiekendief die op een prooidier aast.
 
Hij voelt de wind die rimpels in het water blaast,
zakt tot aan zijn enkels in het zuigende zand,
hij staart naar een kiekendief die op een prooidier aast
en keert voorgoed zijn rug toe naar het vaste land
 
zakt tot aan zijn enkels in het zuigende zand,
ontdekt iets ongerepts, diep van binnen
en keert voorgoed zijn rug toe naar het vast land
omarmd het voor hij aan de terugreis gaat beginnen,
 
ontdekt iets ongerepts, diep van binnen,
wachtend op het kerende tij,
omarmd het voor hij aan de terugreis gaat beginnen.
Bruine robben liggen in de zon, zij aan zij.
 
Ron Goud, Terschelling 2008
_______________________________________

4. De wadden

Fietsend door de duinen
Op zoek naar het strand
Om daar door het zand
Op blote voeten te struinen

Met de wind door mijn haren
En de zoute lucht van de zee
Een meeuw neemt me mee
Naar de zee blijf ik staren

Kijkend naar het water
Wat nooit stil zal staan
De golven die komen de stroming blijft gaan
Het wordt steeds later

De zon gaat al onder
De kleur van vuur
De kunst van de natuur
Op de wadden zo bijzonder

Ilse
________________________________________

3. Aan de jury de taak (Terschelling #19)

In het heerlijk witte zand
Staan tien tonnen heel parmant
De ene lijkt deel van onderzeeer
De andere aangespoeld van Shell

Boven gaan de schone vissies
Onder kleine brokjes hout
't Geheim zit 'm in de maten
En de juten schoorsteenlap

Dan de vissies uitgenomen
De beste naar de jurykar
Vier heren en hun leider
Alle kenners van het wad

Punt 1 de presentatie
Hoe zit het vissie in zijn krant
Wat heeft de kránt te melden
En wat vindt de vis ervan

Punt 2 de mooiheid van het beestje
Hoe zit ie in zijn vel
Hoe pienter zijn zijn oogies
Glanst vis trots zijn schubjes wel

Punt 3 blijkt na het openen
Werd hij wel zo goed geschoond
Geen sliertjes maag en darmen
Geen bloedjes long en hart

Punt 4 de smaak van beest zijn vlesie
Hoe rook, hoe zacht, hoe vet ie smaakt
Zuigt het lèkker aan een stukkie
Tussen peuk en bier gekeurd

Punt 5 de stevigheid van brokjes
Die je lekker pakt en kauwt
Beetklaar - de juiste zachtheid
En.....de rest van 't vissie uitgedeeld!

Alle punten krijgen punten
Gewoon op velletje papier
En na wat tel en delen
Is bekend welk vissie wint

Plaats 10 had achtenveertig punten
Plaats 1 wel twee-en-zestig veel
Verliezer sippig, winnaar trotsig
Samen eilander en tourist.

Cor Bakker
________________________________________

2. WAD DEN ZEE

Mijn bed is
al uren wakker
de poten houden
mooie dromen hoog
daarin win ik
heel veel nullen
en waai ik
uit op TVTAS
daar zie ik
Wad den zee                          
in petto heeft
eb en overvloed                     
zeehondjes met geluk
 
ik sta op.
om aan dagelijkse
wanorde te ontkomen
zoekt soort soort
lakens naast slopen
vorken bij lepels
scheppen veilig overzicht
overuren passen zowaar
in mijn agenda
laatste kwartieren geeuwen
tijd voor overnachten
mijn rijke dromen
laden alles op

Marjolein Groen-Boogerd
________________________________________

1. Waddenzee

Noach had hier
graag zijn ark
te water gelaten.

Jezus over
het schone water
gelopen.
Mozes verpakt
In biezen.
Schoon Waddenzee
wie twijfelt
er nog
  aan de schepping?

Kijk Jan Wolkers
  komt terug

over Gereformeerde
golven!

Cees Buitendijk

HomeVrijetijdStuur uw foto, verhaal of gedichtFoto- en gedichtenwedstrijd Zomer 2008Gedichten
Fotowedstijd
Foto en Film wedstrijd

afdruk

Ga naar de pagina die u wilt afdrukken en toets vervolgens "Ctrl + P".