Op deze pagina vindt u de informatie over visserij afkomstig van de gezamenlijke waddenoverheden met feiten en figuren van jaar tot jaar:
2006
In 2006 vonden 49 controles van de visserijsector plaats. Hierbij werden 4 processen verbaal utigedeeld, 14 waarschuwingen gegeven en 31 keer akkoord bevonden, dan wel kleine correctie gevraagd. De overtredingen bestonden onder andere uit:
2005
Met betrekking tot het jaar 2005 zijn vanuit het samenwerkingsproject Wadden Handhavings Overleg (WHO) onderstaande resultaten te melden: 9 processen verbaal, 3 waarschuwingen en diverse correcties.
De overtredingen betroffen onder andere het betreden van verboden gebied, het ontbreken van publiekrechterlijke vergunningen voor visserij met vaste vistuigen op het Groninger wad, het ontbreken van het vergunningnummer op een staand net, verstoring van zeehonden, te snel varen, lawaaioverlast en het voor anker liggen op niet toegestane plaatsen.
2004
geen cijfers bekend
2003
In 2003 leidden de controles op de Waddenzee tot 44 waarschuwingen, 45 processen-verbaal, 2 processen-verbaal van bevindingen en 1 maatregel van de Productenorganisatie.
Navolgend een specificatie van de overtredingen:
Verleende vergunningen
Medio maart 2007 werden 10 additionele vergunningen verleend bovenop de reeds bestaande 21 vergunningen. Deze 10 vergunningen zijn geldig tot 2015. In 2013 zal op basis van een evaluatie een besluit worden genomen of deze vergunningen worden gehandhaafd. De handkokkelvisserij vond met name plaats op de oostelijke Waddenzee.
Opbrengst
Totaal werd in 2006 568 ton kokkelvlees aangevoerd. Opvallend was het hoge vleespercentage van 24% in juli/augustus (in 2005 was dit slechts 14% en liep het in de herfst terug tot 10%). Het visgebied betrof hoofdzakelijk het oostelijk Wad tussen de Engelsmanplaat en Noordpolderzijl.
In 2005 waren zeventien handkokkelaars met name op het oostelijk Wad actief. De belangrijkste vanggebieden waren gelegen nabij het Lutjewad en Poepegat; tussen Lauwersoog en Schiermonnikoog. Hieronder staan de maandvangsten van 2005. Totaal werd 365 ton opgevist van het quotum van 600 ton (quotum liep door tot 1-7-2006):
2005 Kg. vlees
Januari 4030
Februari 5856
Maart 592
April 0
Mei 0
Juni 12764
Juli 93153
Augustus 100096
September 66597
Oktober 42585
November 32181
December 7515
Totaal 365369
Door LNV werd vergunning verleend om in mei 2007, totaal 300.000 mt. sublitorale mosselen te vissen in de westelijke Waddenzee. De Raad van State haalde daar 1/3 deel vanaf en er bleef 200.000 mt. over om op te vissen. Uiteindelijk is er 152.000 mt. opgevist en is de visserij vroegtijdig gestopt vanwege tegenvallende vangsten.
Mosselseizoen 2005/2006
Tijdens het mosselseizoen dat liep van de periode 1 mei 2005 tot 1 mei 2006 is 584.000 mt (1 mt.= 100 kilo) via de veilklok te Yerseke verkocht. Door veel aangroei (zeepokken) en lage vleespercentages kwam de aanvoer moeizaam op gang. De aanvoerwaarde bedroeg 55,5 miljoen euro, dit is 4 miljoen minder dan in 2004/2005 en 17 miljoen minder dan in 2000/2001. De gemiddelde prijs in het seizoen 2005/2006 bedroeg 95 euro per 100 kilo.
Aanvoer uit de regio's
De aanvoer naar de veiling uit de Waddenzee, bleef op een laag niveau steken: 264.203 mt. (304.210 mt. in 2004/2005). De aanvoer van de Zeeuwse percelen bedroeg: 319.708 mt. (379.823 mt. in 2004/2005). Uit het Duitse Waddengebied werden slechts: 2.045 mt. aangevoerd. Alle mosselen werden aangevoerd in 1450 scheepsladingen. Buiten de veilklok om werden 245.000 mt. ingevoerd, te weten uit Ierland (116.000), Duitsland (68.000), Engeland (53.000), Denemarken (6.500) en Italië (2.200).
Meldingsplicht en controle mosseltransporten
In september 2006 is er een meldingsplicht voor de mosselkwekers ingesteld om alle mosseltransporten van de percelen van de Waddenzee naar Zeeland te melden bij de inspectieschepen van het ministerie van LNV. De steekproefsgewijze controles bedroegen ca. 15% van alle transporten. Er werden geen misstanden aangetroffen.
Mosselseizoen 2004/2005
geen gegevens beschikbaar
Mosselseizoen 2003/2004
Het mosselseizoen 2003/2004 duurde niet al te lang, maar de kwaliteit was met name uit de Waddenzee zeer goed. Daardoor was de prijsvorming voor de vissers zeer gunstig. De aanvoer uit de Waddenzee bedroeg 31.500.000 kilo.
In september 2007 werd vroegtijdig 100.000 mt. instabiel mosselzaad van storm ?en zeestergevoelige locaties opgevist en overgebracht naar de stabiele kweekpercelen. 100% van dit mosselzaad bleef in dezelfde Waddenzee.
In december 2007 is opnieuw een vergunning verleend om 150.000 mt. zaad te mogen vissen. Het grootste deel bleek te zijn gesoupeerd door de zeesterren. Bij een vangst van ruim 70.000 mt. is de sector gestopt met vissen. Ook dit mosselzaad is 100% uitgezaaid in de Waddenzee.
2007
In 2007 leverden de experimenten meer dan 2 miljoen kg mosselzaad op. In 2006 was dat nog ruim 1 miljoen kg. Omgerekend was dit in 2007 40.000 kg per ha. effectieve productieruimte. De kostprijs varieerde nog sterk tussen de 0,20 euro tot 4,00 euro per kg, waarbij de verticale netconstructies meer produceerden dan de touw constructies.
2006
Ook in 2006 is een aantal bedrijven actief geweest met de mosselzaadinvang en de ontwikkeling hiervan. Enkele voorbeelden:
Er werd een ponton ontwikkeld voor het invangen van mosselzaad . Het ponton heeft een variabel draagvermogen, is afzinkbaar en makkelijk te verslepen. Met het ponton kunnen de haspels de hele winter in het water blijven en bij ijsvorming kan de hele installatie naar de haven wordt gesleept.
Een mosselkweker ontwikkelde een mosselzaadoogstmachine: in een aantal bassins die direct in verbinding staan met de Waddenzee en waarin eb en vloed kunnen worden nagebootst, worden proeven gedaan om mosselzaad binnendijks op te kweken.
Een andere installatie bestond uit 24 lange drijvers van 100 meter lang, waaraan netten zijn opgehangen om mosselzaad in te vangen. Vorig jaar is een productie behaald van 300.000 kilo mosselzaad. Dit is uitgezet op de kweekpercelen in de Waddenzee.
Na een proefperiode van 2 jaar blijkt het kunstmatig kweken van mosselbroed technisch mogelijk. De mosselzaadjes werden vanuit een broedstation uitgehangen in de buitenhaven en hebben zich goed ontwikkeld.
Ook werden er proeven gedaan met de kunstmatige kweek van mosselen, kokkels en oesters. Hiervan wordt verwacht dat in 2007 de eerste resultaten zichtbaar zullen zijn.
Een proef om mosselzaadinvang uit te testen op een mosselperceel werd uitgevoerd, Hierbij kregen onderwerpen als: robuustheid/werking netten, oogst, visuele kenmerken en aanwezigheid vogels/zeezoogdieren, ruim de aandacht. De hoogste aantallen mosselbroed werden gemeten 5 weken na het uithangen (begin juli).
De mosselzaadinvanginstallatie (MZI) bestaande uit 17 netten van 100 meter elk en een diepte van 3 meter, gelegen in het Malzwin leverde dit jaar voor het eerst winst op. Totaal werd er 565.000 kilo (5.650 mt.) mosselzaad geoogst met afmetingen van 3-4 cm.
2005
Op basis van 15 verschillende proefopstellingen in de Waddenzee van het RIVO kan worden geconcludeerd dat mosselzaad afkomstig van collectoren minder overlevingskansen heeft dan wild gevangen mosselzaad.
Een van de factoren is dat het collectorzaad zeer snel groeit. De schelp is hierdoor heel dun en dus een eenvoudige prooi voor krabben en zeesterren.
Andere factoren die van invloed zijn op de productie zijn de draagkracht van het gebied en de verliezen op de bodem: op locaties met ruw weer en/of sterke stroming valt het zaad sneller af. Naast een aantal lopende innovatieve mosselzaadinvangprojecten zijn in 2005 diverse nieuwe projecten van start gegaan, met verschillende systemen:
Invangnetten. Hierbij wordt het mosselzaad in de loodrecht in het water gehangen netten opgevangen, na enige tijd via een oogstsysteem afgeborsteld en vervolgens uitgezaaid op de Wadbodem
Grote haspels. Hier wordt touw omheen gewikkeld waaraan het mosselzaad wordt ingevangen. Een deel van het mosselzaad wordt uitgezet op de percelen en een deel laat men opgroeien tot consumptiemosselen
Enkele projecten in de vorm van hoepels en dobbers worden aangemeld voor de Noordzee.
Het ene project bleek succesvoller dan het andere. Hangende collectoren zijn in de praktijk goed voor 1 tot 5 kilo mosselzaad per gebruikte m2 ruimtebeslag. Bij de toepassing van korven kan de productie nog verder oplopen.
2004
Medio februari 2004 installeerde minister Veerman het Innovatie Platform Aquacultuur. Het is de bedoeling dat dit platform mogelijkheden stimuleert zodat de Nederlandse aquacultuur zich duurzaam kan ontwikkelen. Op basis van de adviezen van dit platform is ruimte geboden voor het uit voeren van een aantal kleinschalige experimenten.
De samenstelling bestaat uit mensen uit het onderzoek, overheid en de sector. Diverse projecten zoals de kweek van schelpdieren, vis en algen zijn zeer actueel.
Twee bedrijven die actief zijn om mosselzaad in te vangen hebben in 2004 opnieuw geoogst, waarna het mosselzaad is uitgezaaid op een aantal percelen. De eerste resultaten van deze experimenten zijn dan ook hoopvol te noemen. Technische problemen en slecht weer maakte het voor deze ondernemers in 2004 niet optimaal.
2003
In 2003 is een vergunning aangevraagd voor een proef om mosselzaad op te vangen met een zogenaamde mosselzaadinvanginsallaties in de Noordzee, in het Malzwin bij Den Helder. Dit project is een samenwerking tussen TNO en het mosselbedrijf Prins & Dingemanse BV uit Yerseke en leverde in 2003 de eerste oogst op.
De werking van de installatie
De installatie bestaat uit 5 plastic rechtopstaande buizen, afgedekt met netten. De netten hangen vlak onder de waterlijn. De kleine mossellarven hechten zich hieraan omdat hier voldoende voedsel en zuurstof aanwezig zijn.
Ongeveer in week 17 zweeft de mossellarve in de holle buis om ongeveer in week 20/21 op de bodem te vallen. Daar hecht het zich aan schelpen of zandkorrels en kan het uitgroeien tot mosselzaad, mits het niet wordt opgegeten door andere zeebewoners natuurlijk. Op de bodem groeit het op tot een mosselzaadje. De larven komen al eerder op de netten terecht en groeien erg snel en kunnen binnen enkele maanden na de geboorte worden uitgezaaid naar de kweekpercelen.
De eerste berichten van de mosselkweker die het mosselzaad van deze installaties op zijn perceel heeft uitgezaaid in het Scheurrak, zijn niet overweldigend te noemen. Het mosselzaad heeft door de harde groei een relatief zachte schelp en is daardoor een geliefde prooi van krabben, zeesterren en Eidereenden. De toekomst zal het dan ook moeten uitwijzen of deze methode kan bijdragen tot een oplossing van de schaarste aan mosselzaad.
2006
Door gebrek aan spisula's in de Noordzeekustzone is er in 2006 niet op spisula gevist.
Imares (Institute for Marine Resources and Ecosystem Studies) heeft in 2006 een inventarisatie uitgevoerd. Er bleek een laag bestand meerjarige Spisula's aanwezig boven Ameland/Schiermonnikoog. Nieuwe broedval werd niet aangetroffen.
2005
Er is in 2005 niet op Spisula's gevist. Er zijn in 2005 aan vier bedrijven vergunningen verleend voor Ensis (mesheften) visserij in de 12-mijlszone. De overige 34 schelpdiervissers, allemaal ex-mechanische kokkelvissers, zijn van mening dat het bestand van Ensis voldoende groot is en er voldoende ruimte in de afzetmarkt zit voor tien extra Nb-wet- en visserijvergunningen. De minister van LNV wacht voorstellen voor een evenwichtigere verdeling af van de sector zelf.
2004
De Raad van State schorste in de loop van het jaar, alle lopende vergunningen voor de Spisula- en Ensisvisserij in de speciale beschermingszone boven de Waddeneilanden. Hierdoor werd er vrijwel niets gevist.
2003
Het aantal vergunningen voor de visserij op Spisula's is verder beperkt. Alleen vissers die van 1993 tot 1998 actief waren met deze visserij komen in aanmerking voor een vergunning.
2006
In 2006 zijn enkele gesaneerde IJsselmeervissers omgeschakeld naar de staand wantvisserij in de Noordzee. In het Visserijregister staan 135 geregistreerde vaartuigen, met staande netten als belangrijkste vistuig genoteerd. Van dit aantal zijn er 100 kleiner dan 10 meter.
2005
In 2005 is binnen het Productschap Visserij de werkgroep 'Vaste vistuigen' vastgesteld naar aanleiding van het beleidsbesluit 'Vast en Zeker'. Vertegenwoordigers in de werkgroep komen van de NVVS (sportvissers), Productschap Vis, Vogelbescherming, directie Visserij van het ministerie van LNV, directie Regionale Zaken van het ministerie van LNV en het bedrijfsleven. De insteek is dat de sector de zaken zoveel mogelijk in eigen beheer zal gaan regelen. De te bespreken vaste onderwerpen op de agenda zijn:
staandwantvisserij, sleepnetvisserij, visserij migrerende vissoorten (vaste visvakken), zegenvisserij, geïntegreerde visserij, het te starten onderzoek en de klankbordgroep, andere zaken die ontstaan door veranderingen in de Waddenzee, knelpunten die de sportvisserij ondervindt.
In 2005 zijn twee belangrijke onderzoeken van start gegaan:
1. Ecologische inpasbaarheid van staandwantvisserij
2. Effecten van vaste vistuigen en sleepnetvisserij op de migrerende vissoorten bij zoet/zout overgangen
De onderzoeken worden deels door Witteveen & Bos en deels door het RIVO uitgevoerd. Deze onderzoekbureaus hebben op 2 september 2005 een voorlichtingsdag georganiseerd voor de staand wantvissers in de Waddenzee. Op deze dag is er uitleg gegeven over de manier waarop het onderzoek zal worden uitgevoerd en de vissers bij het onderzoek zullen worden betrokken.
Op 5 november 2005 is er een workshop georganiseerd met als thema: "Op weg naar een duurzame visserij op Harder en Zeebaars in de Waddenzee." Het Marine Stewardship Council (MSC) heeft een aantal zeer strikte voorwaarden voor duurzame visserij ontwikkeld.
Ecokeurmerk "Waddengoud" voor staand wantvisser
In 2005 is voor het eerst een staand wantvisser gecertificeerd voor de aanvoer van Harder en Zeebaars met het eco-keurmerk "Waddengoud". Waddengoud stimuleert en ontwikkelt streekproducten uit de waddenregio.
2004
De visserij met fuiken op paling in de hele Waddenzee was ook in 2004 erg slecht. Zeer matige tot slechte vangsten deden wederom veel vissers uitwijken naar andere visserijmethoden. Ook werden de eerste plannen bekend om te komen tot het herstel van de palingstand. De precieze invulling hiervan is nog niet bekend.
De visserij op harders en zeebaars met staand want en ringzegen blijft redelijk constant. Enkele bedrijven kunnen hierdoor, vaak in combinatie met andere vismethoden een redelijke besomming behalen. Wel komt er een onderzoek naar de ecologische inpasbaarheid van staand want in de Waddenzee.
2003
Deze vorm van visserij bereikte in 2003 een nieuw dieptepunt. De vangsten zijn zo slecht dat geen enkele beroepsvisser meer alleen kan leven van deze visserijvorm.
In Den Oever hebben de meeste vissers inmiddels neveninkomsten uit de toeristenindustrie. Zij verkopen een soort demonstratievisserij. Passagiers mogen dan meevaren om netten en fuiken uit te zetten en op te halen.
Schelpdieren in 2006 vrij van gifstoffen
In 2006 zijn in de Waddenzee geen schelpdieren gevonden die waren besmet met risicovolle gehalten aan mariene biotoxinen. De algen die de biotoxinen produceren werden in juli t/m augustus 2006 wel in risicovolle aantallen aangetroffen in de Friese Waddenzee. Daarnaast werd in de Westelijke Waddenzee in de maanden augustus ? september Dinophysis acuminata (DSP producent) aangetroffen. Er werd in geen van de gevallen gifstoffen aangetoond. De schelpdiervisserij trof voorzorgsmaatregelen zodat er geen risico?s voor de consument waren.
Darmbacteriën schelpdieren in 2006 zeer lichte normoverschrijding
De microbiologische status van consumptieschelpdieren kreeg in 2006 grotendeels een voldoende. Tijdens de tweewekelijks uitgevoerde monsternames werd in de Westelijke Waddenzee tijdens één van de monsternamen een overschrijding van de norm voor darmbacteriën aangetoond. In het Oostelijk gedeelte van de Waddenzee werd meerdere malen (periode 38 t/m 42) een normoverschrijding waargenomen. De schelpdierproducent mocht het product alleen gekookt op de markt brengen tijdens de periode waarin normoverschrijdingen waargenomen werden.
Schelpdieren in 2005 vrij van gifstoffen
In 2005 zijn in de Waddenzee geen schelpdieren gevonden die waren besmet met risicovolle gehalten aan mariene biotoxinen. Twee van de achttien DSP-toxinen werden in zeer lage (niet risicovolle) gehalten aangetoond, met geavanceerde meetapparatuur. De algen die de biotoxinen produceren werden in juli t/m oktober 2005 wel in risicovolle aantallen aangetroffen in de Waddenzee. De schelpdiervisserij trof voorzorgsmaatregelen zodat er geen risico?s voor de consument waren.
Darmbacteriën schelpdieren in 2005 zeer lichte normoverschrijding
De microbiologische status van consumptieschelpdieren kreeg in 2005 een voldoende. Tijdens de tweewekelijks uitgevoerde monsternames werd in de westelijke Waddenzee in geen van de 285 monsters een zeer lichte overschrijding van de norm voor darmbacteriën aangetoond. In het oostelijk gedeelte van de Waddenzee werden in 12 van de 120 monsters (soms beperkte) normoverschrijdingen waargenomen.
Schelpdieren in 2004 vrij van gifstoffen
In 2004 zijn in de Waddenzee geen schelpdieren gevonden, die waren besmet met risicovolle gehalten aan mariene biotoxinen. Biotoxinen zijn gifstoffen, geproduceerd door algen, die de consument ziek kunnen maken. De algen die de biotoxinen produceren werden in 2004 niet in risicovolle aantallen aangetroffen in de Waddenzee. Er hoefden door de schelpdiervisserij geen voorzorgsmaatregelen genomen te worden. In 2003 was dit wel het geval.
Darmbacteriën schelpdieren in 2004 zeer lichte normoverschrijding
De microbiologische status van consumptieschelpdieren kreeg in 2004 een voldoende. Tijdens de tweewekelijks uitgevoerde monsternames werd in de westelijke Waddenzee in twee van de 330 monsters een zeer lichte overschrijding van de norm voor darmbacteriën aangetoond. In het Oostelijk gedeelte van de Waddenzee werden geen normoverschrijdingen waargenomen (in 90 monsters). De schelpdierproductiegebieden in de Waddenzee voldoen in 2004 aan de bacteriologische eisen voor directe consumptie van schelpdieren.
2003
In tegenstelling tot het jaar ervoor zijn in 2003 in de Waddenzee geen schelpdieren gevonden, die waren besmet met risicovolle gehalten aan mariene biotoxinen.
Hoewel de gifstoffen niet werden gevonden, troffen de onderzoekers wel de verantwoordelijke algen in de Waddenzee aan. Zo trof men tussen half juli 2003 en half augustus 2003 de alg Dinophysis acuminata aan. De schelpdiervisserij nam voorzorgsmaatregelen, opdat eventuele volksgezondheidsrisico's konden worden voorkomen.
Omdat nog veel onduidelijk is over de toe- of afname van toxische algenpopulaties, start een subwerkgroep van ICES (International Council for Exploration of the Sea) een korte studie naar plaagalgen in de Noordzee. De verzamelde gegevens uit de Waddenzee worden hoogstwaarschijnlijk in deze studie meegenomen.
Darmbacteriën schelpdieren in 2003 binnen de norm
De microbiologische status van consumptieschelpdieren kreeg in 2003 een voldoende. Tijdens de tweewekelijks uitgevoerde monsternames werden geen normoverschrijdingen van darmbacteriën - fecale coliformen - waargenomen.
afdruk
Ga naar de pagina die u wilt afdrukken en toets vervolgens "Ctrl + P".