Op deze pagina vindt u de informatie van de gezamenlijke waddenoverheden met feiten en figuren over de waterkwaliteit van de Waddenzee van jaar tot jaar.
Jaarlijks wordt gedurende het badseizoen de zwemwaterkwaliteit op diverse locaties goed in de gaten gehouden. De periode van onderzoek loopt van half april tot eind september.
In 2008 zijn in opdracht van RWS Noord-Nederland een tiental locaties gedurende het badseizoen ca. tweewekelijks bemonsterd en beoordeeld aan de hand van de Europese normen voor zwemwater. Deze locaties zijn: Termunterzijl, Delfzijl, Harlingen, Schiermonnikoog, Ameland (Buren, Nes en Hollum), Terschelling (Hoorn en Terschelling-West), en tot slot Vlieland. Bij problemen stelt Rijkswaterstaat een nader onderzoek in en adviseert de provincie om te komen tot maatregelen ten behoeve van de volksgezondheid (negatief zwemadvies of zwemverbod). De zwemwaterkwaliteit in 2008 varieerde in het algemeen van goed tot uitstekend. In een enkel geval vond, door een onvoldoende resultaat, herbemonstering plaats. De resultaten van deze herbemonstering voldeden steeds aan de normen.
Ook in de jaren 2003 tot en met 2007 was de zwemwaterkwaliteit van de Waddenlokaties goed.
De actuele resultaten van het zwemwateronderzoek werden gedurende het badseizoen tweewekelijks onder de pagina vrije tijd van Waddenzee.nl geplaatst.
Bij het nemen van de watermonsters wordt ook gelet op de zuurgraad en de temperatuur van het water en worden een aantal zintuiglijke waarnemingen (geur, helderheid, vuil, olie) gedaan.
De watermonsters werden in een gecertificeerd laboratorium nader onderzocht op bijvoorbeeld de aanwezigheid van colibacteriën.
Op de stranden van Ameland, Terschelling en Texel wapperden blauwe vlaggen als teken van schoon water en schone stranden.
De totale aangevoerde hoeveelheid zoet water, dat in de Waddenzee en Eems-Dollard komt, fluctureert sterk afhankelijk van het weer in het meetjaar. Duidelijk is dat het aandeel van de verschillende afvoerlocaties in de jaardebieten ongeveer gelijk is, zowel in de droge als in de natte jaren. De grootste aanvoer van zoet water naar de komt via het IJsselmeer en de Eems in de Waddenzee terecht. Lees meer over zoet water aanvoerroutes.
Zoetwater aanvoer naar de Waddenzee vanuit het deelstroomgebied Eems-Dollard
Zoetwateraanvoer naar de Waddenzee vanuit het deelstroomgebied Rijn-Noord
Eutrofiëring is een van de factoren die de kwaliteit van de Waddenzee beïnvloeden. Sinds de vroegste nutriëntenmetingen in de Waddenzee is een duidelijke stijging van nutriëntenconcentraties gedocumenteerd Negatieve effecten die verband houden met de toegenomen nutriëntenbelasting zijn Phaeocystis-bloei, een afname van zeegras verhoogde bloei van macroalgen en anoxische sedimenten.
De laatste jaren is een afname zichtbaar in de aanvoer van nutriënten via de rivieren, waardoor ook fytoplankton is afgenomen.
trends in vrachten
De grote jaarlijkse verschillen in Vrachten N en P worden veroorzaakt door de jaarlijkse variatie in de hoeveelheid water die wordt aangevoerd en en een algemene daling van de concentraties nutriënten. Belangrijkste zoetwater afvoeren die van invloed zijn op de zuidelijke Waddenzee zijn: Rijn, Maas, Noordzeekanaal, IJsselmeer en Eems. En voor Centraal en Noord-Waddenzee: Weser en Elbe. Pieken in zoet water afvoer Vallen met pieken in de nutriëntenbelasting. 
Figuur: Totaal N en Totaal P vracht naar de Waddenzee.
Als deze nutriëntenbelasting wordt genormaliseerd (gemiddelde jaarlijkse vracht / gemiddelde jaarlijkse zoetwateraanvoer) wordt een gestaag dalende trend voor de Totaal Stikstof en totaal fosfor voor de grote rivieren die de Waddenzee beïnvloeden zichtbaar.

Genormaliseerde vrachten stikstof en fosfor (gemiddelde jaarlijkse vracht / gemiddelde jaarlijkse zoetwateraanvoer) naar de Zuidelijke Waddenzee (Rijn, Maas, Noordzeekanaal, IJsselmeer en Eems) en de Centrale en Noord-Waddenzee (Weser, Elbe).
Sinds 1985, daalde de genormaliseerde vracht Totaal Stikstof naar de Zuidelijke en Centrale Waddenzee gemiddeld elk jaar met 2,1%. De genormaliseerde Totaal Fosfor vracht daalde sterker dan Totaal Stikstof, maar in de afgelopen jaren daalde het percentage, het bedraagt nu 2,9% per jaar voor de Zuidelijke Waddenzee en 2,1% per jaar voor de Centrale Waddenzee. Voor de periode 1985-2002 waren de percentages 0,4% hoger.
De nutriënteninput naar de Waddenzee via de rivieren daalde geleidelijk in de periode 1985-2006, met ongeveer 2% per jaar voor Stikstof en 2-3% voor de Fosfor. Dit wordt weerspiegeld door de fosfaatconcentraties in de winter in de Waddenzee, die gedaald zijn sinds het midden van de jaren 80, in de winter tot niveaus van ongeveer 1,0-1,8 uM.
De voor zoutgehalte genormaliseerde nitraat + nitriet concentraties in de Duitse Bocht in de winter zijn een afspiegeling van de dalende Stikstof belasting. In sommige delen van de Waddenzee is een dalende trend nu duidelijk. Vergeleken met de achtergrondgehalten van nutriënten in de winter zijn de huidige waarden duidelijk verhoogd.
Bron: QSR 2009
De gehalten tributyltin (TBT) en trifenyltin (TFT) aan zwevende stof vertonen een afnemende trend over de jaren 1998-2006. Het verbod op deze stoffen heeft reeds een duidelijk effect op de TBT-gehalten, en een wat kleiner effect op de TFT-gehalten. Ondanks de afname in de gehalten blijven de organotinverbindingen zorgwekkend voor de waterkwaliteit, omdat deze al jarenlang de minimumkwaliteit (MTR-norm) ruimschoots overschrijden.
Organotinverbindingen komen/kwamen in het water terecht door de toepassing van TBT in aangroeiwerende verven voor schepen, en door het gebruik van TFT in schimmelwerende bestrijdingsmiddelen in de aardappelteelt. Lees meer in Stoffeninformatie over TBT en TFT.
Concentraties TBT in het waddengebied
Concentraties TFT in het waddengebied
Omdat Irgarol als vervangende stof voor TBT gebruikt wordt in aangroeiwerende verf op schepen, kan deze stof in de toekomst een probleemstof worden in de Waddenzee. Rijkswaterstaat houdt de ontwikkeling van het gehalte in de Waddenzee van deze stof sinds 2003 bij. De concentraties irgarol in het oppervlaktewater van de Waddenzee nemen toe op alle drie de meetlokaties.
De gehalten zink in het zwevend stof vertonen de laatste 5 jaar een afnemende trend. De aanvoer van zink is afkomstig uit landbouw, industrie, verkeer en scheepvaart.
Het gehalten koper aan zwevende stof vertoont sinds 1996 een duidelijke trend naar beneden. Vanaf 2005 zijn de gehalten redelijk stabiel. Een trend geeft een beeld van de ontwikkeling van een stof in de tijd door onder andere maatregelen tegen het gebruik van een stof. Koper is afkomstig uit huishoudens, landbouw en uit het gebruik van koperhoudende verven.
Er is een afname van de PAK benzo(a)pyreen te zien over de periode 1996 - 2009, ook de laatste 5 jaar is de trend dalend op de 3 meetlokaties in de Waddenzee. De bronnen van benzo(a)pyreen zijn voornamelijk verkeer, scheepvaart en atmosferische depositie.
De gehalten PCB153 in zwevende stof vertonen het afgelopen decennium een duidelijke dalende trend. Een trend geeft een beeld van de ontwikkeling van een stof in de tijd door onder andere maatregelen tegen het gebruik van een stof.
afdruk
Ga naar de pagina die u wilt afdrukken en toets vervolgens "Ctrl + P".